Hoofse Liefde

Gepubliceerd op 10 februari 2026 om 15:01

Het  is een soort ongeschreven wet geworden ten huize Willy. Zaterdag en zondag zijn heilige dagen, gereserveerd voor cappuccino, een middagdutje en het uitvoerig bespreken van de stand van de koers, ook al weten we allebei niet meer wie er eigenlijk rijdt. Bloggen doe ik dan niet meer . Of ik probeer niet meer. Want als het vanbinnen begint te kriebelen, écht te kriebelen dan wil het wel eens gebeuren dat er toch iets verschijnt.

Maar wie nu denkt dat Mr. Willy het hele weekend in zijn zetel ligt te verkommeren, met een koekje op de buik wat netflix filmpjes te bekijken, die heeft het dus mis.

Ik had het eerder al gezegd: ik ben de voorbije weken begonnen aan een project waar een gemiddelde archivaris spontaan een hernia van zou krijgen: al mijn oude postkaarten inscannen. Tienuizenden stuks. Momenteel zit ik ergens iets over de tweeduizend de tweeduizend. Want voor de mensen die zich afvragen wat ik zoal doe met mijn dagen: ik werk harder dan een postbode in de soldenweek van de jaren vijftig. Ik ben dus begonnen met het inscannen van mijn oude postkaarten, met het oog op een latere verkoop. Tienduizenden kaarten. Momenteel heb ik er ergens iets meer dan tweeduizend ingescand.  Niet slecht voor een paar weekendjes

En het mooie aan die oude kaarten zijn niet eens de plaatjes, maar wat er op de achterkant staat. Of beter: wat er overal staat. Want vroeger, toen privacy nog iets was voor rijke mensen met een secretaire en een sleutel, werd zo’n kaart gewoon open en bloot verstuurd. Zegel erop, stempel erop, en hup, de hele wereld kon meelezen. De postbode, de buurvrouw, de man in het sorteercentrum, waarschijnlijk zelfs de hond van de facteur.

En wat stond daar dan op? Geen “groetjes uit Blankenberge” en een emoji van een zonnetje. Nee, hele liefdesdrama’s, trouwbeloften, wanhoopskreten en eeuwige eeden, allemaal samengeperst op een paar vierkante centimeter karton. Daar kan de hedendaagse jeugd, met hun hartjes en duimpjes op WhatsApp, nog een puntje aan zuigen.

Voor de goede orde heb ik een stukje vertaald.
Toch gewoon prachtig niet ?

 

8 april 1916

Ik ben in Horenouille. Het is zo slecht weer dat ik vanavond niet in de tuin werk, mijn lieve Hélène. Jij bent mijn hoogste gedachte. Waar ik ook ben, jouw gedachte is bij mij. Ik draag haar in mijn hart, ze verlaat me nooit, nooit zal ze me verlaten.

Voor mij ben jij heel mijn leven. Jij bent de koningin van mijn hart. Het leeft alleen voor jou en door jou. Zonder jou, o liefste, zonder jou zou ik verloren zijn. Ik zou niet kunnen leven, ik zou niets anders meer kunnen doen dan sterven. In het graf zou ik jouw liefde meenemen, jouw mooie liefde, mijn liefste!

Maar nee, zo mag ik niet denken. Sinds gisteren is er een grote rust in mijn ziel gekomen, en nu ben ik zo gelukkig. O ja, ik ben gelukkig te leven dicht bij een dierbare, lieve echtgenote, bij haar die ik gelukkig wil maken. Ja, ik ben gelukkig, omdat ik weet dat ze op me wacht, omdat ik weet dat ze van mij is, dat ze helemaal van mij is, met haar mooie, liefhebbende ziel, en dat ze voor altijd de mijne zal zijn.

O mijn lieve Hélène, ja, ik herinner me de dag van 17 maart. Ja, liefje, die dag is de mooiste van mijn leven. Het is de dag die ons voor God heeft verenigd, de dag die ons aan elkaar schenkt in een band die nooit verbroken kan worden. Ik heb zo gesproken in een moment van waanzin, in mijn wanhoop…