Apen krijgen geen Kanker

Gepubliceerd op 11 februari 2026 om 19:10

 

Nou, dat de mens verwant is met de apen, daar moet je geen historisch genie voor zijn.
Eén avondje naar het nieuws kijken volstaat al. Of een parlementair debat. Of zo’n internationale top waar wereldleiders elkaar de les spellen met de lippen getuit en de borst vooruit, alsof ze elk moment hun territorium gaan afbakenen rond de koffietafel.

Dan zie je het meteen: opgezette borstkas, dreigende blik, tanden net niet ontbloot, en een soort ceremonieel gebrul dat tegenwoordig “een krachtige verklaring” heet. De ene klopt op tafel, de andere springt recht, een derde smijt met cijfers alsof het rijpe vruchten zijn.

En ergens, diep in een vergeten regenwoud, zit een oude zilverrug op een omgevallen boomstam te kijken naar dat spektakel op een roestige satelliettelevisie die ooit uit een vrachtvliegtuig is gevallen. Hij krabt zich traag achter het oor, zucht eens, en zegt tegen zijn vrouw:
“Zie je wel, moeder, ik heb het altijd gezegd. Die naakte neven van ons zijn nooit helemaal goed gelukt.”

De jonge gorilla’s hangen aan de lianen en doen de politici na. Eentje stampt op zijn borst en roept: “Mijn land eerst!” waarna hij van de tak valt en in een modderpoel belandt. Groot succes bij het publiek. De apen gieren het uit. De oude zilverrug niet. Die kijkt alleen maar droevig naar het scherm, alsof hij een verre, licht ontspoorde familie ziet die op een trouwfeest plots met de stoelen begint te gooien.

“Vroeger,” mompelt hij, “waren ze nog bescheiden. Toen zaten ze gewoon op twee poten te bibberen in de kou en aten ze wortels. Dat waren nog tijden. Geen raketten, geen bankencrises, geen diplomatieke bananenconflicten.”

Zijn vrouw haalt de schouders op.
“Ach ja. Evolutie, hé.”

De zilverrug knikt, maar zet het toestel nog niet uit. Hij blijft nog even kijken, met die vermoeide blik van iemand die te veel familieverhalen kent.

“En weetje,” bromt de zilverrug terwijl hij de banaan een beetje bijschilt met zijn tanden, “eigenlijk hebben wij het toch veel beter. Wij krijgen bijna geen kanker. Twee, drie procent, hooguit. Een beetje zoals die banaan hier,  met een klein bruin plekje: je snijdt het weg en klaar.”

Hij wijst met de punt van de schil naar het televisiescherm, waar een politicus staat te roepen alsof hij persoonlijk het wiel heeft uitgevonden.
“Maar bij hén? Dertig, veertig procent. Dat is geen ziekte meer, dat is een abonnement. Met automatische verlenging.”

Hij neemt nog een hap van zijn banaan en knikt ernstig.
“Wij leven simpel. Bladeren, zon, een beetje geruzie, en ’s avonds slapen. Zij leven ingewikkeld… en krijgen er gratis tumoren bij.”

“Maar zij ?  Slimmer, sneller, rijker, machtiger… en ondertussen sterven ze massaal aan hun eigen cellen die op hol slaan. 

Zijn vrouw kijkt nog even naar het scherm en zucht.
“Ja,” zegt ze. “Dat is toch een rare manier van vooruitgang.””

De zilverrug zucht nog eens, pakt de afstandsbediening, en zet het toestel uit.
“Kom,” zegt hij. “We nemen nog een banaan en dan is het tijd om te gaan slapen. Morgen weer een rustige dag zonder oorlog, zonder parkeerboetes, en zonder oncologen.”

En ergens, diep in het donker van het woud, klinkt een tevreden gegrom. Alsof de natuur zelf even opgelucht ademhaalt.



PS. Voor wie het wil natrekken: studie over de zeldzaamheid van kankers bij chimpansees :
https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC4581030/