Vorige week zaten we dus een paar dagen op verlof in de Loonse en Drunense Duinen, waar we ons dapper door het zand sleepten — officieel heet dat wandelen — tot een lotgenoot ons tipte dat er op tweede Paasdag in Den Bosch een grote snuffelmarkt was.
Nou, je had de ogen van Mevr willy moeten zien blinken toen ze dat hoorde. Snuffelmarkt… dat is voor haar de place to be, een soort georganiseerde schattenjacht waar altijd wel iets te vinden valt. Voor mij trouwens ook hoor, al is het maar om te zien wat andere mensen zoal verzamelen en meesleuren naar huis.
En daar was dus een volledige zaal gereserveerd voor Pokémonkaarten.
En plots kwam het weer boven in mijn geheugen, iets dat ik een maand of zo geleden gelezen had:
één Pokémonkaart verkocht voor zestien miljoen euro.
Zestien. Miljoen. Euro. Voor één kaartje. Een stukje karton met een beestje erop dat, als ge het heel nuchter bekijkt, evolutionair gezien minder indruk maakt dan de gemiddelde huismus in mijn tuin.
Maar wat me vooral bijgebleven was was de naam van dat kaartje: Illustrator Pikachu — PSA 10.
PSA tien…
Toeval bestaat natuurlijk niet, zeggen ze dan. Of toch niet helemaal.
Voor de meeste mensen betekent PSA gewoon een keurmerk, een cijfer dat aangeeft hoe perfect een stukje karton bewaard gebleven is. Hoe scherper de randjes, hoe minder krasjes, hoe hoger de waarde.
Maar voor mij — en voor zoveel andere kankerlijders — betekent PSA iets helemaal anders. Geen keurmerk. Geen verzamelwaarde, maar een cijfer waar ge elke keer opnieuw een beetje bang naar kijkt.
Een cijfer dat niet zegt hoe mooi iets bewaard is gebleven, maar hoe hard er ergens in uw lijf iets mis aan het lopen is.
Nu, laat dat duidelijk zijn: ik heb niks tegen verzamelaars. Integendeel. Ik heb zelf dozen vol kaarten, boeken, prullen, schatten en rommel gehad waar Mevr willy naar keek met een blik die ergens zweefde tussen medelijden en lichte wanhoop. Verzamelen is menselijk. Het is vasthouden. Het is betekenis geven aan dingen die voor anderen waardeloos lijken.
Maar zestien miljoen…
Dan schakelt er in het hoofd van een kankerlijer automatisch een andere rekenmachine in. Een zeer ongewenste, maar uiterst actieve rekenmachine.
Die rekent niet in euro’s. Die rekent in behandelingen. In scans. In onderzoek. In levensmaanden.
Ik zit daar dan, met mijn mok cappuccino — twee lepeltjes, flink verdund met melk en deca, handelsmerk van het huis — en voor ik het weet denk ik: hoeveel chemo’s zitten er in zestien miljoen? Hoeveel immunotherapie? Hoeveel klinische studies die nét niet doorgaan wegens “budgettaire beperkingen”?
En dan wordt dat kaartje plots geen kaartje meer. Dan wordt het een symbool. Niet van hebzucht, niet van domheid, maar van een wereld waar waarde iets heel vreemds geworden is.
Een zeldzame Pokémonkaart: 16 miljoen.
Een zeldzaam leven: onbetaalbaar, maar wel afhankelijk van budgetten, terugbetalingslijsten en commissies die vergaderen over kostenefficiëntie.
Dat wringt. Niet omdat iemand rijk is. Niet omdat iemand dat geld uitgeeft. Maar omdat het contrast zo grotesk is dat het bijna absurd wordt. Alsof ge in een ziekenhuiswachtzaal zit waar men zegt dat bepaalde behandelingen “nog niet terugbetaald” zijn, terwijl elders iemand een fortuin neerlegt voor nostalgie op karton.
En toch begrijp ik het ergens ook een beetje. Voor die koper is dat kaartje waarschijnlijk geen karton. Dat is jeugd. Herinnering. Trots. Zeldzaamheid. Een trofee tegen de vergankelijkheid. Een manier om te zeggen: kijk, dit blijft. Dit heeft waarde. Dit is uniek.
Alleen zit daar de wrange ironie voor iemand met kanker. Want wij verzamelen geen kaarten meer. Wij verzamelen goede dagen. Goede scans. Goede bloedwaarden. En af en toe een namiddag waarop de vermoeidheid zich gedeisd houdt.
Zestien miljoen euro voor een kaartje met PSA 10 erop.
En ik, die al jaren zit te turen naar een PSA dat vooral hoopt niet te hoog te worden.
En hier zit ik dan, een mens van vlees, botten, hormoontherapie en chemobrein, die economisch al ettelijke tonnen heeft gekost aan de maatschappij.
Als ge het puur zakelijk bekijkt, ben ik een verliespost — een dure investering met een eindige looptijd.
Maar zie, niemand veilt mij. Gelukkig maar.
En toch blijft die gedachte hangen, koppig, zoals alleen gedachten kunnen blijven hangen wanneer ge ziek zijt:
niet hoeveel dat kaartje waard is, maar hoeveel hoop, onderzoek en levenskwaliteit er in dat bedrag hadden kunnen zitten.
En dan neem ik nog een slok cappuccino, kijk naar mijn krakkemikkige lijf, en besluit dat mijn waarde voorlopig nog niet in miljoenen ligt, maar in iets veel zeldzamers:
een dag die nog gewoon doorgaat — voorlopig zonder cijfer erachter.
----------------
Wat betekent PSA op een Pokémonkaart?
PSA staat voor Professional Sports Authenticator, een Amerikaans bedrijf dat verzamelkaarten beoordeelt op hun staat en echtheid.
Elke kaart krijgt een cijfer van 1 tot 10:
- PSA 10 = perfecte staat
- geen beschadigingen
- scherpe hoeken
- geen krasjes of slijtage
Hoe hoger de score, hoe zeldzamer en waardevoller de kaart wordt.
Een kaart met PSA 10 kan soms vele malen meer waard zijn dan exact dezelfde kaart met een lagere score.
Voor verzamelaars is PSA dus een maat voor perfectie.
Voor mij — en voor veel lotgenoten — is PSA vooral een cijfer waar ge liever niet te vaak aan denkt.