Even minder alleen

Gepubliceerd op 24 februari 2026 om 12:50

Vorige zondag waren het nog de Bullet Boys, deze zondag de Kamanido.
Twee totaal verschillende werelden, op papier althans. In het echt voelt het vreemd genoeg een beetje hetzelfde: ge komt ergens binnen en zonder dat iemand het zegt, zakt er iets in u neer. Niet groots, niet dramatisch. Gewoon… rust. Of zoiets dat er op lijkt.

’t Was dus zondag bij Marjolijn te doen. Klassiek tafereel. Geen spektakel, geen gedoe, gewoon mensen die samen zitten, praten, luisteren, en tegelijk ook een beetje door elkaar praten — zoals dat gaat als ge elkaar al langer kent dan ge eigenlijk beseft.
Er waren ook een paar nieuwe gezichten bij, mensen die ik tot nu toe alleen kende van de appgroep. Raar moment altijd. Van scherm naar mens. Van tekstballon naar stem. En plots zijn dat geen letters meer, maar mensen van vlees en bloed die u aankijken en knikken en lachen, en dan voelt dat meteen minder afstandelijk, minder… digitaal.

Er werd gelachen, verteld, gegeten. Veel gegeten ook.
Hebe die mij, zoals altijd, met een soort onverzettelijke vanzelfsprekendheid volstouwde met haar overtollige worstenbroodjes, alsof ze ergens diep vanbinnen beslist heeft dat ik structureel ondervoed ben. En ja, deze Belg heeft daar niet al te veel tegenin gebracht.
Lekker eten, veel te veel eigenlijk, maar dat is net het punt: handen die iets meebrengen, mensen die blijven zitten, geen haast, geen moeten. Gewoon aanwezig zijn. Dat alleen al doet iets met een mens, al zegt ge dat niet luidop.

En dan kwam de herdenking van Zweef.

Een stukje tompouce voor iedereen, een glas erbij, en ineens werd het stil. Niet zo’n zwaar, ongemakkelijk stilzwijgen, maar een zachte stilte. Alsof iedereen tegelijk wist waarom we daar zaten, zonder dat iemand het hoefde uit te leggen.
Aangrijpend, ja. Maar ook schoon. Op een sobere manier. Geen grote woorden, geen drama. Gewoon mensen die even samen stilstaan.

Nou, sinds al die slecht nieuws berichten van de laatste tijd speelt die hormoontherapie meer en meer parten. Ik had mij nochtans voorgenomen om het droog te houden. Echt waar. Plechtig besluit in de auto nog: “Vandaag niet wenen, Willy.”
Pfff. Bleek weer zo’n besluit van karton.
Want emoties zijn geen ambtenaren die zich aan afspraken houden. Dus ja, daar zaten ze weer, die tranen. Stil, een beetje beschaamd zelfs, maar tegelijk  opluchtend. Verdriet moet ergens een uitweg vinden.

En, zoals ik al vaak gezegd heb: het forum schept een band.
Maar hoe sterk die band is, dat snapt iemand van buitenaf eigenlijk niet. Zeker geen niet-kankerlijer. Voor hen zijn dat berichten op een scherm. Voor ons is dat een soort dagelijks anker.
Een appgroep maakt dat nog intenser: kleine berichtjes, korte reacties, een aanwezigheid die bijna routine wordt.

Maar niks — echt niks — komt in de buurt van elkaar in het echt zien.
Niet omdat er iets spectaculairs gebeurt, maar juist omdat er niks moet. Ge moogt daar zitten met uw vermoeidheid, uw tragere kop, uw kleine mankementen en een hoofd dat soms overloopt als een te volle lade. Zonder uitleg. Zonder rol.
Geen patiënt, geen sterke, geen dappere.
Gewoon een mens tussen mensen die het al half begrijpen vóór ge iets zegt.

Misschien is dat wel het meest heilzame: dat die mallemolen die normaal altijd in overdrive gaat daar toch even zachter gaat draaien.

Er was eigenlijk maar één kleine dissonant in dat warme geheel: mijn eigen hoofd dat op een bepaald moment zei: genoeg nu. Op.
Te moe om nog mee te gaan kijken naar de pony’s en de geiten van Marjolijn, hoe graag ik dat ook had gewild.
Vroeger zou ik dat genegeerd hebben. Doorduwen. Op wilskracht. Op koppigheid.
Nu niet meer. Nu luister ik. Met lichte tegenzin, dat wel.

En het vreemde is: zelfs dat moe worden voelt minder hard wanneer ge u veilig voelt tussen mensen die u niet constant moet bewijzen dat ge nog “oké” zijt.

Uitstel is geen afstel.

Op de terugweg bleef er geen grote gedachte hangen. Geen filosofische conclusie, geen diepe levensles.
Alleen iets klein en stil.

Dat ge daar een paar uur gewoon hebt mogen bestaan zoals ge zijt.
Niet meer.
Maar vooral ook: niet minder.

En dat werkt, tegen alle logica in, nog lang na.