PSA
Het cijfer waar elke rechtgeaarde prostaatkankerlijer tegelijk mee gaat slapen en weer mee opstaat, nog vóór mijn eerste cappuccino goed en wel opgelost is in de mok.
En vroeg of laat wil je dat wel eens in een grafiek zien. Mr willy dus ook. En dan maak je die.
Poepsimpel, zegt iedereen: je opent een spreadsheet, vult in de ene kolom de datum in, in de andere de PSA. In de menubalk zoek je “insert table” en klaar is Kees.
Een kind kan de was doen. Zelfs een mens met een chemobrein.
In theorie.
In de praktijk had ik binnen het uur:
datums die geen datums waren
grafieken die eruitzagen alsof de tijd achteruit liep
en een X-as die zich gedroeg als een existentialistische filosoof: tijd is maar een constructie.
Dus heb ik toch weer de wijze raad van ChatGPT ingeroepen.
Dat ding heeft een oneindig geduld. Ik klik verkeerd, vraag opnieuw, klik weer verkeerd, stel dezelfde vraag nog eens in een andere vorm — en telkens opnieuw: kalm antwoord. Geen zucht, geen sarcasme, geen “mr willy, dat staat daar letterlijk”.
Het digitale equivalent van een verpleegkundige die al lang weet dat ge het toch weer verkeerd gaat doen, maar u toch vriendelijk begeleidt.
En kijk: het is gelukt.
De tabel staat er. De curve ook. Proper. Chronologisch. Met echte tijd en geen sciencefiction.
En uit die curve blijken toch een paar interessante zaken.
Ten eerste: dat stereotactisch bestralen, waar ik zo hoog mee oploop — de fameuze “B’tjes” op de curve — heeft toch elke keer resultaat gehad. Ge ziet het gewoon. Piek omhoog, B erbij, en hup: PSA omlaag. Dat is geen gevoel, dat is zichtbaar. Dat kleine, gerichte schieten werkt dus effectief.
Al moet ik ook eerlijk zijn: elke keer lijkt het iets minder diep te dalen.
Het werkt nog, maar niet meer met dezelfde spectaculaire duik als in het begin. Alsof de ziekte ondertussen ook wat bijgeleerd heeft.
Het goede nieuws is dat mijn PSA nog altijd laag is. Heel laag. Te laag om over andere behandelingen te gaan spreken
En vooral: de stijging gaat traag. Na een ietwat turbulente beginperiode gaat hij de laatste jaren traag, heel traag. Geen exponentiële raket, geen paniekcurve, maar een kruipende lijn. Dat betekent rationeel dat ik niet plots in een gevarenzone ben beland, maar in een traag evoluerend verhaal.
Het minder goede nieuws is even duidelijk: hij stijgt dus wél.
En hij blijft stijgen. Dus ja, ik kan de boel nog wel rekken — met bestraling, met opvolging, met geduld — maar tegenhouden? Nee. Het is dus niet stabiel, niet onder controle.
En dan sluipt vanzelf toch die gedachte binnen: de volgende behandelingen.
Cabazitaxel. Lutetium. Radium.
Dat zijn geen gezellige namen. Meer bijwerkingen, meer onzekerheid, minder van die comfortabele stabiliteit die ik de voorbije drie jaar met abiraterone gehad heb.
Ge denkt dan al snel: de goede jaren zijn voorbij en nu begint de ellende. En dan komt vroeg of laat de existentiele vraag: levensduur vs levenskwaliteit
Maar als ik eerlijk naar die grafiek kijk — die grafiek die tegelijk geruststelt en confronteert — dan zie ik geen explosie, geen versnelling, geen drama. Nog niet. Wat ik zie is een ziekte die, momenteel toch, nog een beetje onder controle staat, traag evolueert en nog reageert op ingrepen.
Dus ja, vermoedelijk zal ik hier op het forum toch nog wel een tijdje rondlopen.
Reactie plaatsen
Reacties