Die lange vakanties, 4-6 weken rondtoeren met het campertje, dat is voltooid verleden tijd.
Drie, vier, hooguit vijf dagen, dat is de laatste jaren het perfecte evenwicht. Lang genoeg om het gevoel te krijgen dat ge er écht even tussenuit zijt, dat ge weer eens andere lucht inademt dan die van uw eigen woonkamer, maar tegelijk kort genoeg dat ge u nog geen zorgen moet maken over het hygiënisch aspect van het bestaan.
Want laat ons eerlijk zijn: tegen dag vijf begint een mens zichzelf toch een beetje argwanend te besnuffelen. Niet openlijk, natuurlijk — ge probeert dat subtiel te doen — maar ergens onderweg denkt ge: zou dat hier nog altijd het bos zijn dat ge ruikt, of begint er iets persoonlijk mee te spelen?
En dat is dus het mooie van een vierdaagse: tegen dat het gevaarlijk begint te worden, zijt ge alweer thuis. In bad. Met het geruststellende gevoel dat ge nog steeds maatschappelijk toonbaar zijt.
April, mei en juni — dát zijn de maanden voor zulke uitstapjes. Nog niet die plakkerige hitte waarbij ge al zweet nog vóór ge uw eerste stap hebt gezet. Nog niet dat meedogenloze zomerlicht dat elk bankje in de zon verandert in een braadpan. Nee, in die maanden hangt er iets zachts in de lucht. Frisse ochtenden, milde middagen, avonden waarop ge nog eens een vest kunt aantrekken zonder dat ge eruitziet als een gepensioneerde die het weerbericht niet vertrouwt.
Alleen, ge moet dat natuurlijk wel kunnen inpassen in uw kankeragenda.
En dat is geen gewone agenda. Dat is eerder een soort schaakbord waarop de witte jassen de zetten doen, en gij alleen maar probeert te volgen zonder omver te vallen.
Vandaag bijvoorbeeld: PET-PSMA-scan. Volgende week: uroloog. Week daarop: radioloog.
En daarna — zeer waarschijnlijk — weer een reeks bestralingen. Het soort vooruitzicht waar ge niet vrolijk van wordt, maar waar ge ondertussen wel een zekere routine in hebt opgebouwd, zoals iemand die elke week trouw zijn vuilnis buiten zet.
En tussendoor nog wat kleine verplichtingen: hier een prikje voor PSA, daar een spuit denosumab, ergens nog een Decapeptyl. Het zijn van die dingen die ge niet vergeet omdat ze in uw lijf zitten voor ge het weet.
En ook Mevr. Willy is links en rechts vaste klant bij de medische sector. Wij vormen stilaan een duo dat de wachtzalen kent zoals andere mensen hun stamcafé.
Om maar te zeggen: periodes van drie of vier vrije dagen zijn tegenwoordig zeldzamer dan ge zou denken. Zeker in mei, waar elke week wel ergens een paar witte jassen opduiken die iets willen meten, bekijken of bestralen. Of gewoon maar prikken.
En net daarom voelt het zo zuur wanneer zo’n zorgvuldig gepland tripje weer eens in het water valt.
Zij die mijn vorige verhaal gelezen hebben, weten al hoe dat gegaan is: ons campertje dat zijn linkeroor kwijt is en nu tijdelijk wat gehavend door het leven moet. Ik dacht dus gisteren: goed, dat lossen we snel op, spiegel vervangen, en weg zijn wij weer. Dat gemiste tripje van deze week zouden we gewoon opschuiven naar volgende week.
Pfff.
In tegenstelling met de gemaakte afspraak bleek het uiteindelijk geen vervanging te zijn, maar een soort verkenningsmissie. Eerst eens kijken welke spiegel daar eigenlijk op moet, want bij een oud campertje hoort blijkbaar een speurtocht door magazijnen waar de tijd al lang gestopt is.
Nieuwe afspraak: dinsdag 28 april.
En laat dat nu net midden in onze volgende geplande driedaagse vallen. De enige die we tussen dit en een week of zes nog konden inlassen.
Zo zit ge daar dan. Met uw zorgvuldig uitgedachte planning, uw kleine hoop op een paar dagen vrijheid, en een agenda die zich gedraagt als een slechtgehumeurde boekhouder die geen enkel foutje tolereert.
Nou kan ik daar eigenlijk best wel mee leven. Je moet wat fatalistisch zijn.
Ik maak er een blogje van, trek het een beetje in het belachelijke, en tegen dat de laatste punt gezet is, voelt het alweer een stuk lichter. Zo werkt dat nu eenmaal.
Maar voor Mevr. Willy ligt dat anders. Voor haar zijn die paar dagen weg geen blogstof, maar iets om naar uit te kijken. Kleine lichtpuntjes tussen al dat gedoe met dokters, scans en afspraken. Iets om zich een beetje aan vast te houden. En als zo’n tripje dan twee keer na elkaar wegvalt… ja, daar heeft ze het echt lastig mee. Dat zie je zonder dat ze daar veel woorden aan vuil maakt.
En eerlijk gezegd, dat steekt mij nog het meest. Niet die spiegel. Niet dat gemiste tripje.
Maar dat het haar zo raakt.