Alles went

Gepubliceerd op 1 juni 2026 om 15:50

Onderstaand blog had ik al maanden geleden geschreven. Had allang moeten gepubliceerd zijn.

Maar zoals zoveel dingen in een kankerleven die ge “later nog wel eens” gaat afwerken, zat het gewoon in mijn concepten te sudderen, wachtend op de finishing touch.

Alleen is er ondertussen iets veranderd.

Toen ik dit schreef, zat ik nog in die vreemde periode waarin bestralingen bijna routine geworden waren. Een scan hier, een paar bestralingen daar, en dan weer verder. Alsof de techniek ergens stilletjes het gevecht onder controle hield.

Ondertussen hebben de heren -logen beslist dat opnieuw bestralen rond bepaalde zones te veel risico op collateral damage geeft.

En plots leest zo’n oud concept heel anders.

Plots beseft ge dat ge blijkbaar in een fase leefde waarvan ge dacht dat die gewoon zou blijven duren.

Niet dus.

 


 

De eerste bestralingen… pfff, ik weet het nog goed.

Ik weet nog hoe ik daar die eerste keer binnenstapte.
Zo’n ruimte die eruitzag alsof ze ergens diep onder een kerncentrale thuishoorde. Strakke muren. Rare deuren. Lampjes.

En in het midden dat toestel. Groot, wit en indrukwekkend. Zo’n machine waarvan ge spontaan denkt: goh… als ze daarmee Godzilla bestrijden zou ik daar niet eens van verschieten.

De mensen waren vriendelijk, dat wel. Heel rustig allemaal. Ze legden alles uit. Hier en daar een grapje. Zo van:
“Gij gaat daar niks van voelen hoor.”
Ja hallo. Dat zegt een tandarts ook vlak voor hij met een boor richting hersenpan vertrekt.

Ondertussen ligt ge daar wel half ontkleed op een tafel terwijl men u gaat beschieten met onzichtbare stralen alsof ge een kwaadaardige alien uit een slechte sciencefictionfilm zijt.

Ge probeert dan stoer te doen hé. Een beetje flink liggen kijken. Maar diep vanbinnen denkt ge: Willy toch… waar zijt gij hier eigenlijk in terechtgekomen?

Die eerste keer hoort ge overal dingen: gezoem, klikken, piepkes. Op den duur denkt ge dat elk geluid belangrijk is. Als dat toestel plots iets harder begon te brommen waart ge er vrij zeker van dat ergens achter een muur een technicus in paniek op een rode knop stond te slaan.

Complete nonsens natuurlijk. Maar kanker maakt van uw hoofd soms een Hollywoodstudio met onbeperkt budget.

En nu?

Nu zijn we vier jaar verder. Een hoop scans, prikken, wachtruimtes en bestralingen later.

Genoeg om recht te hebben op een klantenkaart.
Tien bestralingen en de elfde gratis.
Of een gratis koffiekoek bij uw volgende PET-scan.

Zoiets.

En het vreemde is dat alles went.

Want tegenwoordig weet ik perfect waar ik moet parkeren.
Ik weet waar de koffie nog min of meer drinkbaar is.Ik weet welke gangen het minst ver stappen zijn.
Ik weet ondertussen zelfs ongeveer welke stoelen in de wachtzaal het minst slecht zitten voor mijn rug.

Pfff. Dat alleen al is eigenlijk compleet absurd.
Dat een mens op den duur routine krijgt in bestralingen.
Dat ge op een dag zegt: “Volgende week nog efkes bestralen.”

Alsof ge zegt: “Ik moet donderdag nog naar den Brico.
En voor ge het weet zijt ge bezig over PET-scans alsof het gaat over een afspraak bij de kapper.

“Wanneer is uw scan?”
“Volgende week nog een paar bestralingen.”
“PSA weer gestegen.”

Ge zegt dat bijna achteloos terwijl ge diep vanbinnen perfect weet dat dat eigenlijk compleet gestoorde gesprekken zijn.

En misschien is dát nog het ergste.
Niet de scans. Niet de bestralingen. Niet eens die uitzaaiingen.
Maar het moment waarop ge beseft:

amai… ik ben dit precies normaal beginnen vinden.