De uilen wisten het waarschijnlijk al
Er zijn mensen die beweren dat een bos gewoon een verzameling bomen is. Hout, bladeren, wat modder en hier en daar een vogel die zich vergist in het seizoen. Maar wie ooit in het Uilenbos in Hove heeft gewandeld — vooral tegen de avond, wanneer het licht langzaam tussen de stammen wegzakt — die weet dat dat niet helemaal klopt.
Jaren geleden vertelde iemand mij eens een verhaal over dat bos. Zo’n verhaal dat ge niet meteen gelooft, maar dat toch ergens blijft hangen, zoals een splinter onder de huid waar ge niet goed bij kunt.
Volgens hem — het was een oude man, zo’n type dat nog wist waar elke veldweg naartoe leidde vóór de GPS bestond — waren de uilen daar nooit zomaar uilen geweest. Ze zouden, zei hij, al eeuwenlang op dezelfde plekken zitten, generatie na generatie, alsof ze iets bewaakten. Niet een nest, niet een territorium… maar iets dat onder de grond lag.
Hij beweerde dat er diep in het bos een lichte verhevenheid lag, nauwelijks zichtbaar voor wie er gewoon langs wandelde, maar duidelijk herkenbaar voor wie wist waar hij moest kijken. Een oude zandige rug, ontstaan lang vóór de eerste boeren hier hun akkers aanlegden. En volgens de verhalen zou daar ooit een graf gelegen hebben. Geen kerkelijk graf, geen nette rij zerken zoals op een dorpskerkhof, maar iets veel ouder — een graf uit een tijd waarin men nog geloofde dat sommige plekken beter met rust gelaten werden.
En telkens wanneer iemand — uit nieuwsgierigheid of domme koppigheid — daar begon te graven, zo ging het verhaal, begonnen de uilen onrustig te worden. Niet gewoon een beetje geroep, maar een luid, scherp gekrijs dat door het hele bos echode, alsof het donker zelf protesteerde tegen wat daar gebeurde.
Of dat waar is, weet ik natuurlijk niet. Verhalen groeien met de jaren, net zoals bomen. Wat begint als een gerucht, eindigt soms als een legende. Maar toch… telkens wanneer ik ergens een uil hoor roepen in een bos dat ouder is dan de meeste huizen die we kennen, dan denk ik onwillekeurig aan dat verhaal.
En dat was dus precies waar wij vandaag terechtkwamen.
Niet omdat we per se op zoek waren naar oude graven of mysterieuze uilen, maar gewoon omdat onze geplande driedaagse trip in het water was gevallen. Het campertje had zijn kuren gekregen — zijn linkeroor moest hersteld worden — en hoewel dat gisteren netjes gebeurd is, was het voor deze week te laat om nog te vertrekken zoals voorzien.
Dus trokken we onze wandelschoenen aan en reden naar Hove.
Een noodoplossing, zoals dat dan heet.
Het Uilenbos zelf stelde niet teleur. Oude bomen, hier en daar wat kronkelende paadjes, dat typische gedempte licht dat ge alleen in een bos krijgt. Af en toe bleef ik even luisteren, half uit gewoonte, half uit nieuwsgierigheid, alsof ik verwachtte dat er ergens boven ons een uil zou beginnen roepen — niet omdat ik dat verhaal geloof, maar omdat het toch leuk is om het even in uw hoofd mee te dragen terwijl ge daar loopt.
Het was geen lange wandeling. Eerder een rustige tocht om de benen te strekken en de dag toch een beetje inhoud te geven.
Maar daar bleef het niet bij.
Want na het Uilenbos wandelden we verder richting Lint.
Voor mij gewoon een volgende halte op de kaart. Voor Mevr willy iets heel anders.
Haar grootvader was daar ooit burgemeester. En honderd jaar geleden betekende dat nog iets. Dan behoorde je tot de notabelen, zoals dat heet. Je naam had gewicht in een dorp. Je was gekend, je werd gerespecteerd, je bepaalde mee hoe het leven daar liep.
Ze wist nog precies waar het ouderlijk huis van haar grootouders stond. We zijn er even blijven staan, gewoon kijken naar de gevel, terwijl zij vertelde hoe het daar vroeger was. Wie waar zat, hoe het er toen uitzag, wie er over de vloer kwam. Kleine stukjes verleden die ineens weer even bovenkwamen.
Daarna naar het kerkhof.
Het burgemeestersgraf opzoeken. Even stilstaan, naam lezen, en luisteren naar wat er nog herinnerd wordt. Geen grote plechtigheid, geen lange stilte — gewoon een moment waarop ge beseft dat achter zo’n naam een heel leven heeft gezeten, en dat er altijd mensen zijn die dat blijven meedragen.
En nadien nog wat door Lint gewandeld.
Van straat naar straat, terwijl Mevr willy af en toe iets aanwees: waar iemand gewoond had, waar vroeger iets gestaan had, waar een verhaal aan vastzat dat voor haar vanzelfsprekend was en voor mij nieuw.
En zo hadden we vandaag toch nog een leuke wandeling. Eén die begon met een oud verhaal over uilen en eindigde met echte herinneringen, gewoon midden in een dorp waar het verleden nog niet helemaal verdwenen is.
En ergens, diep in dat Uilenbos, zitten ze misschien nog altijd: Die uilen.
Gewoon te kijken.
Alsof ze alles onthouden.