Toverstok

Gepubliceerd op 11 juni 2026 om 06:02

Iemand schreef mij gisteren, naar aanleiding van mijn blog over het bos, dat ge in een bos eigenlijk nooit uitgekeken geraakt. Dat de bomen telkens weer een ander verhaal vertellen.

Misschien heeft ze gelijk.

Maar er zijn ook van die paadjes waar ge altijd weer op uitkomt.

Ge kiest bewust een andere richting. Ge wandelt verder dan anders. Ge denkt dat ge eindelijk nieuw terrein hebt ontdekt. En toch staat ge even later weer bij dezelfde boom. Alsof er ergens diep in dat bos een onzichtbare hand aan uw mouw trekt en u telkens weer dezelfde richting uit stuurt.

Ik heb zo'n paadje in mijn hoofd.

Het heet het toverstokje.

Want eerlijk: wie heeft daar nooit eens over gefantaseerd? Niet over een speelgoedstokje van de kermis dat licht geeft als ge ermee zwaait, maar een echte. Zo eentje waarmee ge werkelijk alles kunt veranderen. Eén zwaai, en hopla, opgelost.

Vroeger had ik daar onmiddellijk een antwoord op gehad. Een groot huis ergens in de bergen misschien. Een zwembad. Geen belastingen meer. Altijd vakantie. En als er dan toch nog wat toverkracht overschoot, misschien ook nog wat extra haar op plaatsen waar de natuur ondertussen besloten heeft dat haar aanwezigheid niet langer noodzakelijk is.

Maar vanmorgen zat ik met mijn cappuccino voor mij en dat denkbeeldige toverstokje lag weer eens op tafel.

Het eerste wat ik ermee deed, was mijn camper door de volgende keuring helpen. Geen storingslampjes meer, geen mysterieuze foutmeldingen en geen onderdelen die volgens de garagehouder al sinds de kruistochten niet meer verkrijgbaar zijn.
Daarna zorgde ik ervoor dat mijn autosleutels voortaan altijd op dezelfde plaats bleven liggen.
En vervolgens kreeg ik het lumineuze idee om mijn cappuccino altijd exact op de juiste temperatuur te laten uitkomen. Niet te warm. Niet te koud. Gewoon perfect.

Pfff.

Hoe langer ik daarover nadacht, hoe vreemder het eigenlijk werd. 
Want ik had ondertussen een camper gerepareerd, mijn sleutels gered en een historische doorbraak gerealiseerd in de wereld van de warme dranken.
Maar die kanker liep nog altijd vrolijk rond alsof hij niets met mijn toverstok te maken had.

En pas toen viel mijn frank.

Want vroeger zou dát het eerste geweest zijn wat ik weggetoverd had. Het allereerste.

Nog vóór het zwembad. Nog vóór dat campertje. Nog vóór het haar.

Nu blijkbaar niet meer. Vreemd eigenlijk.

En toch. Terwijl ik daar zat te denken, merkte ik dat ik alweer op hetzelfde paadje terechtgekomen was.

Dat paadje.

Het paadje waar ik vroeg of laat altijd weer uitkom, hoe ver ik ook denk afgedwaald te zijn.

Want toen ik dat toverstokje uiteindelijk toch gebruikte, bleek ik helemaal niet te dromen van rijkdom, eeuwige jeugd of een villa met zwembad.

Uit alle mogelijke wensen kwam slechts één verlangen aangewaaid.

Een gewone dag.

Een dag waarop ge wakker wordt zonder onmiddellijk aan bloedwaardes te denken. Zonder scans. Zonder afspraken. Zonder dat voortdurende rekenen in uw achterhoofd over wat er nu nog komt en wat daarna misschien volgt.

Gewoon opstaan. Cappuccino drinken. Naar buiten kijken. En u druk maken over totaal onbelangrijke dingen.

Zoals vroeger.

Want hoe langer ik ziek ben, hoe meer ik denk dat kanker niet begint met het afpakken van gezondheid.

Die komt later. Het eerste wat verdwijnt, is vanzelfsprekendheid.

Dat gevoel dat morgen waarschijnlijk ongeveer hetzelfde zal zijn als vandaag.

En als ik dan toch ooit een echt toverstokje krijg, weet ik eindelijk wat ik ermee zou doen.