Kanker doet rare dingen met een mens. Niet alleen met je lijf, maar vooral met je hoofd. Vroeger, als mijn rug pijn deed, had ik gewoon rugpijn. Punt. Dan had ik te veel in de tuin gewerkt, verkeerd gezeten of een kast verschoven die ik beter had laten staan.
Tegenwoordig werkt dat anders. Tegenwoordig begint er onmiddellijk een vergadering.
Ergens diep in mijn hoofd zit een comité bijeen. En dat comité heeft maar één agendapunt.
Uitzaaiingen.
Als mijn rug pijn doet, wordt er vergaderd. Als mijn heup pijn doet, wordt er vergaderd. Als mijn kleine teen morgen pijn doet, wordt er vermoedelijk ook vergaderd. En zoals bij de meeste vergaderingen zijn er vooral veel mensen die zich zorgen maken en weinig die iets nuttigs bijdragen.
Nu moet ik eerlijk zijn. Dat comité heeft ook zijn verdiensten. Een paar jaar geleden had het namelijk gelijk.
Maar dat maakt de situatie niet eenvoudiger. Integendeel. Want nu denkt het bij elke mug dat er misschien een olifant achter zit.
De laatste tijd was het opnieuw zover.
Mijn lopen is het afgelopen jaar stilaan geëvolueerd van joggen naar iets dat ge eigenlijk alleen nog maar strompelen kunt noemen. En dan sukkel ik al zes weken met een zere poot, wat ook al niet echt helpt.
Dus was ik met fitness begonnen. En verdorie, dat helpt nog ook. Nu geloof ik niet dat ik er veel spieren bij krijg. Die fabriek draait al jaren op een heel laag pitje. Maar de spieren die ik nog heb, beginnen zich precies weer nuttig te voelen. Ik word sterker, oefeningen gaan gemakkelijker en tot mijn lichte verbazing begint mijn buik ook wat meer naar binnen te trekken. Niet spectaculair natuurlijk. Maar als ik schuin voor de spiegel ga staan, het juiste licht heb en een beetje mijn buik inhoud, zie ik toch vooruitgang.
Alleen kreeg ik er een nieuw probleem bij cadeau: rugpijn. Hoog tussen de schouderbladen. Laag in de onderrug.
En laat dat nu juist ongeveer de buurt zijn waar mijn uitzaaiingen wonen.
Pfff.
Ge wist direct dat het comité opnieuw bijeen zou komen. Ik probeerde nog uit te leggen dat spierpijn ook bestaat. Dat ge na fitness soms last kunt hebben van spieren waarvan ge niet eens wist dat ge ze bezat.
Maar paniek luistert slecht. Dus heb ik toch opnieuw een paar witte jassen geraadpleegd.
Verdict: geen nieuwe uitzaaiing, geen medisch mysterie, geen naderend onheil.
Gewoon spierpijn.
Gewoon geïrriteerde zenuwen.
Gewoon een blessure.
Ik merk dat ik het woord gewoon steeds meer ben gaan waarderen.
Vroeger klonk dat teleurstellend saai. Tegenwoordig is het bijna een feestelijkheid.
Maar fitnessen doe ik toch liever onder begeleiding. Dus terug naar de oncorevalidatie. Voorzichtigheid is de moeder van... enfin, ge kent dat wel.
Gisteren had ik mijn eerste gesprek met hen. Een aangepast programma met krachttraining, intervaltraining en oefeningen die speciaal bedoeld zijn voor mensen die graag blijven bewegen, zelfs wanneer hun lichaam daar af en toe een andere mening over heeft.
Maar vooral: ze gaan proberen om van mijn huidige gestrompel opnieuw iets te maken dat op lopen lijkt.
Klinkt goed.
Alleen die zere poot nog.
Dus op naar de kinesist.
Uiteindelijk bleek het geen verborgen ramp. Gewoon een zware peesblessure.
De kinesist plakte vervolgens een indrukwekkende hoeveelheid tape onder mijn voet. Taping van de fascia plantaris noemen ze dat. Het klinkt bijzonder professioneel. Persoonlijk vind ik dat het eruitziet alsof iemand geprobeerd heeft mijn voet te herstellen met cadeaupapier.
Of het gaat helpen weet ik nog niet. Maar voorlopig houd ik mij daaraan vast.
Want als ik mijn agenda bekijk, ziet de komende tijd er plots een stuk drukker uit dan ik had verwacht. Twee keer fitness per week. Een keer oncorevalidatie. Een keer kinesist voor die zere poot. Daartussen nog wat wandelen, wat lopen, wat dokters en hier en daar een poging om ook nog gewoon te leven.
Pfff.
Een paar jaar geleden zou ik waarschijnlijk geklaagd hebben dat ik nergens tijd voor had.
Nu ben ik vooral benieuwd wat al dat geploeter gaat opleveren.
Hopelijk een rug die zich wat koest houdt. Een voet die stopt met zeuren. Een loopstijl die weer iets minder op een gecontroleerde noodlanding lijkt.
En als het niet helpt?
Dan heb ik tenminste mijn kinesist, mijn fitnesscoach, de oncorevalidatie én mijn comité van ongeruste deskundigen in mijn hoofd om er samen over te vergaderen.
Alleen hoop ik toch dat ze binnenkort allemaal wat minder werk ebben.
Al weet ge natuurlijk nooit hoe lang die rust duurt.
Want morgen begint misschien mijn kleine teen pijn te doen.