Onlangs las ik over kintsugi, een eeuwenoude Japanse kunst waarbij een gebroken kom of vaas niet wordt weggegooid, maar met een speciale lak, vermengd met goudpoeder, weer aan elkaar wordt gezet. De breuken worden niet verborgen. Integendeel. Ze blijven zichtbaar.
Kintsugi is meer dan een kunst. Het is een eerbetoon aan een voorwerp dat eerst jarenlang zijn dienst bewezen heeft. Pas wanneer het door het leven zelf breekt, krijgt het een tweede leven.
Volgens de Japanners maken juist die gouden lijnen deel uit van het verhaal van de kom. Een kom moet eerst geleefd hebben. Ze moet jarenlang op tafel gestaan hebben, soep gedragen hebben, koffie, thee, misschien zelfs een paar tranen. Pas dan, wanneer het leven haar doet breken, verdient ze het om weer voorzichtig aan elkaar gezet te worden.
Mr Willy zou Mr willy niet zijn moest ie daar weer niet over gaan nadenken...
Wat zou er gebeuren als ge dat niet met een kom deed maar met een mens?
Want als ge de diagnose uitgezaaide kanker krijgt, breekt er ook iets.
Niet alleen ergens diep in uw lichaam. Er komt ook een barst in uw toekomst. In uw plannen. In dat vanzelfsprekende gevoel dat ge volgend jaar wel zult zien wat ge gaat doen.
En zoals bij een kom, gebeurt dat meestal in één klap.
Maar het herstellen, dat duurt veel langer. En zonder het te beseffen, zijn we daar misschien constant allemaal mee bezig.
We proberen onze dagen opnieuw aan elkaar te lijmen. We zoeken voorzichtig een nieuw evenwicht. We ontdekken dat sommige dromen niet meer passen, maar dat er onverwacht andere voor in de plaats komen. We leren genieten van kleinere dingen. Niet omdat we plots zulke wijze mensen geworden zijn, maar omdat het leven ons een beetje verplicht heeft.
Alleen gebruiken wij geen goud. Wij gebruiken gesprekken. Een arm rond een schouder. Een wandeling. Een flauwe mop. Een blog.
Soms ook een traan.
En heel af en toe iemand die niets probeert op te lossen, maar gewoon naast u blijft zitten terwijl ge zelf probeert de stukjes weer een beetje op hun plaats te leggen.
Toch is er één verschil met die Japanse kommen.
Een kom blijft netjes gelijmd. Een mens niet.
Bij ons springen sommige barsten af en toe gewoon weer open. Na een scan. Een slechte uitslag. Een onverwachte pijn.
Of zomaar, op een dinsdagmorgen, omdat ge ineens beseft dat het leven toch anders gelopen is dan ge ooit gedacht had.
En dan begint ge gewoon opnieuw. Niet vanaf nul. Maar vanaf waar ge de vorige keer geëindigd waart.
Misschien is dát wel onze vorm van kintsugi.
We proberen niet zozeer de oude versie van onszelf terug te worden. Die bestaat niet meer. We zoeken gewoon voorzichtig naar een manier waarop de stukjes opnieuw een beetje bij elkaar passen. Soms lukt dat verrassend goed. Soms helemaal niet. En meestal is het een beetje van allebei.
Achteraf bekeken heb ik de voorbije jaren heel wat mensen leren kennen die zo'n beetje met goud aan elkaar gehouden werden.
Niet letterlijk natuurlijk. Maar je zag het wel. Niet aan hun gezicht. Wel aan hun zachtheid.
En als ik terugkijk naar de mensen die me het meest geraakt hebben dan waren dat zelden de gave kommen.
Het waren bijna altijd de mensen waar ge de barsten nog van kon zien.