Bones

Gepubliceerd op 30 juli 2026 om 10:45

Mensen denken vaak dat ik hele dagen achter mijn computer zit.

Nou, dat klopt ook wel een beetje.

Maar wat ze niet weten, is dat ik daar ook heel wat uurtjes op Netflix doorbreng. Een immense keuze aan series.

Alleen ben ik daar een stuk kieskeuriger in geworden. Als er na drie afleveringen nog altijd niet duidelijk is wie nu eigenlijk de goeie of de slechte is, haak ik meestal af. Van die series waarin iedereen voortdurend iedereen bedriegt, de held misschien toch een slechterik blijkt te zijn en je op het einde van elke aflevering met drie nieuwe vraagtekens achterblijft... daar heb ik tegenwoordig het geduld niet meer voor.

Geef mij dan maar een eenvoudige verhaallijn. En liefst eentje waarin de goeie uiteindelijk ook gewoon wint.

Daarom blijf ik telkens weer bij Bones uitkomen.

Iedere aflevering begint ongeveer hetzelfde. Er ligt ergens een lijk.

Maar nooit zomaar een lijk. Nee.

Bij voorkeur iemand die al een half jaar in een moeras heeft liggen sudderen. Of een wandelaar die tijdens het plukken van paddenstoelen toevallig over een arm struikelt die niet meer aan de rest van het lichaam vastzit. Soms komt het slachtoffer pas boven water nadat een visser denkt een flinke karper aan de haak te hebben. En heel af en toe is er van de overledene nog net genoeg over om met enige goede wil vast te stellen aan welke kant ooit het hoofd heeft gezeten.

Je ruikt het bijna door het televisiescherm heen. Die weeïge geur van rottend vlees, natte aarde, stilstaand water en duizenden maden die zich al weken tegoed doen aan wat ooit een mens was. Het soort lucht waarbij de gemiddelde kijker spontaan zijn boterham een kwartiertje laat liggen.

En dan komt Brennan binnen. Ze knielt tussen een hoop botten, halfvergane pezen en iets wat verdacht veel op een oor lijkt. Ze kijkt nauwelijks op of om en zegt, alsof ze het over een vaasje van Ikea heeft:

"Verwonding is consistent met een lichaam dat met het gezicht omhoog ligt terwijl een remhendel hem in zijn borstbeen heeft gehaakt."

Ondertussen staat Hodgins te glunderen alsof hij de jackpot gewonnen heeft.

"Fantastisch! Kijk eens! Larven van de groene vleesvlieg én aaskevers. Dat betekent dat het lichaam eerst een week bovengronds heeft gelegen en daarna begraven is."

Hij zegt dat met zoveel enthousiasme dat je bijna vergeet dat hij het over een half opgegeten mens heeft.

Cam blijft onverstoorbaar professioneel.

Angela bouwt uit drie ribben, een kies en een stuk kaak een levensecht gezicht op haar computerscherm, waarna de moeder van het slachtoffer spontaan roept: "Dat is mijn zoon!"

En Booth...

Booth trekt steevast een gezicht alsof hij per ongeluk een glas bedorven melk heeft leeggedronken. Hij mompelt iets als: "Bones... moet je nu echt met je handen in die smurrie zitten?", waarna hij zich demonstratief een paar meter achteruit laat zakken.

Een uur later is de moordenaar gevonden.

Iedereen tevreden. Ik zeker toch.

Misschien zegt dat wel iets over mij. Misschien heb ik na al die jaren met kanker gewoon geen behoefte meer aan series die nóg ingewikkelder zijn dan het echte leven. Mijn hoofd moet al hard genoeg werken. Dat chemobrein laat zich nu eenmaal niet wegzappen.

Dus geef mij maar een verhaal dat ik zonder spiekbriefje kan volgen. Een paar vriendelijke gezichten. Een moordenaar die netjes ontmaskerd wordt. En regelmatig een lijk waarvan je je afvraagt hoe de schminkafdeling dát in hemelsnaam weer voor elkaar gekregen heeft.

Sommige mensen ontspannen met yoga.

Ik blijkbaar met een halfvergane schedel.