Had ik maar schubben

Gepubliceerd op 23 augustus 2026 om 13:02

Normaal hou ik het bij één blogje per dag. Meer dan genoeg, ge moet een mens ook de kans geven om tussendoor nog iets nuttigs te doen. Maar toen ik vanmiddag dit bericht las, kon ik het niet laten. Dit moest er even tussendoor.

Het gaat over kanker. En over een slang.

Vanmiddag las ik dus dat Jodie Foster kanker heeft.

Even schrikken natuurlijk. Ik heb altijd wel een zwak gehad voor Jodie Foster. The Silence of the Lambs, Contact, dat soort werk. Maar gelukkig ging het niet over die Jodie Foster. Deze is 22 jaar oud, weegt 50 kilo, is vierenhalve meter lang en woont in Chester Zoo.

Een netpython.

Ook kanker dus. Fibrosarcoom in haar kaak. En dan denk je als ervaren kankerlijer toch onmiddellijk: kom erbij meid. Zoek u een stoel. Of krul u ergens rond een tafelpoot. Koffie? Koekje? Muizen liggen waarschijnlijk in de diepvries. Vertel eens. Hoe lang weet ge het al?
Maar Jodie had mijn lotgenotenadvies helemaal niet nodig. Jodie bleek namelijk over een medisch team te beschikken waarvan ik tijdens het lezen langzaam een beetje jaloers werd.
De tumor was al eens verwijderd, maar het kreng kwam terug en begon haar kaakbeen aan te tasten. En een python zonder behoorlijk werkende kaak is een beetje zoals ik zonder cappuccinoapparaat. Ge blijft technisch gezien in leven, maar ge moet u toch beginnen afvragen waarvoor.

Dus werden de kankerexperts van de universiteit van Liverpool erbij gehaald.
Pfff.  
Ik heb zelf ondertussen zes jaar prostaatkanker en volgens mij heeft nog nooit iemand gezegd: Wacht eens even met meneer Willy, ik bel de universiteit.

Bij Jodie dus wel. En die kwamen niet kijken om vervolgens te zeggen dat ze het nog drie maanden gingen aanzien. Nee. Samen met de dierenartsen van Chester Zoo besloten ze elektrochemotherapie te proberen. Dat is een behandeling waarbij ze eerst bleomycine geven en vervolgens korte elektrische stroomstoten op de tumor zetten. Daardoor worden de kankercellen tijdelijk beter doorlaatbaar en kan de chemo gemakkelijker naar binnen.

Een soort elektrische deuropener voor chemotherapie.

Bestaat al bij mensen, maar was nog nooit bij een slang gedaan. Nou, dan doen we het toch.

Vervolgens ontstond er een praktisch probleem. Jodie is vierenhalve meter lang en er was geen operatietafel groot genoeg.
Nou zeg, geen operatietafel groot genoeg. Maar geen probleem hoor, ze hadden een prachtoplossing: ze schoven gewoon twee operatietafels tegen elkaar.

Kijk. Dát is pas geneeskunde. Geen nieuwe afspraak. Geen wachtlijst. Geen formulier waarop staat dat pythons langer dan vier meter uitsluitend op dinsdag tussen halfnegen en kwart voor tien behandeld kunnen worden. Gewoon: slang te lang, tafel te kort, zet er nog een tafel bij.

Daar lag mevrouw dus. Over twee operatietafels. Onder narcose uiteraard.

En omdat pythons koudbloedig zijn en tijdens zo'n operatie niet mogen afkoelen, kreeg ze verwarmde dekens en warme lucht.

Goh, verwarmde dekens.

Ik krijg zondag een MRI van mijn hele ruggengraat. Normaal kon dat eerst ergens in december, maar als ik vijftig euro supplement betaal kan ik dus morgenavond al komen.
Ik overweeg nu ernstig om bij aankomst te melden dat ik koudbloedig ben. 
Ge weet maar nooit.
"Meneer Willy, gaat u maar op de tafel liggen."
"Sssssssss."
"Alles in orde, meneer?"
"Koud."

En vijf minuten later komt er misschien iemand met een verwarmd dekentje en wordt voor alle zekerheid de universiteit van Antwerpen gebeld.

Bij Jodie verwijderden ze ondertussen opnieuw de tumor, haalden een stuk aangetast kaakbeen weg en gaven daarna elektrochemotherapie om de achtergebleven kankercellen nog een flinke elektrische schop onder hun geschubde kont te geven.

Anderhalf uur later was het klaar.

En het strafste moet nog komen: mevrouw maakt het uitstekend. Ze eet weer. Ze jaagt weer. Ze is volgens haar verzorgers opnieuw haar normale, levendige en pittige zelf. En bij de laatste controle waren er geen aanwijzingen dat de tumor was teruggekomen.
Prachtig. Echt waar. Ik gun het haar van harte. Maar ondertussen zit ik hier wel met mijn morfine en mijn zere rug te denken dat ik ergens onderweg misschien de verkeerde diersoort heb gekozen.

Dus als ze zondag in het ziekenhuis een kleine, wat gedrongen python zien binnenkruipen met een petje achterstevoren en een identiteitskaart tussen zijn tanden: niet schrikken. Dat ben ik.

Ik heb mijn medisch dossier bij en kan indien nodig sissen waar Th4 zit. 
En als er geen MRI-tafel beschikbaar is, weet ik inmiddels hoe dat moet.

Gewoon twee tegen elkaar schuiven. Universiteit bellen. Verwarmd dekentje. Beetje stroom erop.

Ik ben tegenwoordig niet moeilijk meer. Alleen over één ding wil ik vooraf duidelijke afspraken. Als ze mij na afloop een levende rat aanbieden om te controleren of mijn eetlust en jachtvermogen nog intact zijn, word ik ter plekke weer mens.

Alhoewel.

Met wat currysaus...

PS
https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2026/08/22/python-jodie-foster-krijgt-als-eerste-slang-ter-wereld-baanbreke/