Vijf nachten zijn verstreken sinds de Orde van de Zilveren Naald de onderaardse gangen van T4 was binnengedrongen. Niemand wist precies wat daar beneden gebeurd was. De hofgeleerden spraken over een verdovend elixer en een krachtig ontstekingswerend goedje dat rechtstreeks bij de zenuwbanen was achtergelaten. De krijgers zelf hielden het eenvoudiger. Er was geprikt. Er was gevloekt.
En daarna was het stiller geworden. Niet stil. Stiller.
Ettertje was niet verslagen. Zijn zwarte vaandels wapperden nog altijd boven T4 en T5 en vooral 's nachts liet hij luidruchtig weten dat iedereen die zijn begrafenis al aan het voorbereiden was, de schop weer mocht opbergen.
Maar er was iets veranderd. Zijn aanvallen waren nog altijd talrijk en fanatiek, maar ze hadden iets van hun oude kracht verloren. Hij schoot, tierde en bestookte de muren, alleen kreeg hij ze niet meer zo makkelijk aan het wankelen. Daardoor kon Oxynorm in reserve blijven. De zware cavalerie deed haar werk uitstekend, maar liet bij iedere uitval ook in eigen kamp nogal wat brokken achter.
En zowaar, zijn plaats aan de poort was ingenomen door Paracetamol. Die kleine voetsoldaat met zijn houten schild en nogal onnozele helmpje was boven zichzelf uitgegroeid.
Al vijf nachten lang wist hij Ettertje terug naar zijn hol te jagen.
Intussen was er versterking aangekomen uit het verre rijk der Neuropathieën. Een zonderlinge magiër die luisterde naar de naam Pregabaline. Hij vocht niet met zwaarden of pijlen. Volgens de hofgeleerden onderschepte hij de geheime boodschappen die Ettertje vanuit zijn vestingen naar de borstwal stuurde. Niemand begreep hoe. Pregabaline zelf legde niets uit. Hij strooide gewoon ergens een poeder in de communicatiegangen en kort daarna wist de helft van de boodschappers niet meer waar ze naartoe moest.
Het systeem werkte.
En zo ontstond rond T4 iets wat met enige goede wil op een wapenstilstand leek. Ettertje schoot nog. Hard, veel en venijnig. Zijn zwarte vlaggen wapperden nog altijd boven T4 en T5,
Maar Oxynorm stond inmiddels vijf nachten werkloos in zijn stal.
Toch bleven de wachters Fentanyl en Oxycodon op de muren. De afgelopen zes weken waren er al genoeg overwinningen gevierd die achteraf geen overwinningen bleken te zijn. Iedereen wachtte op de grote uitbraak uit T4.
Die kwam niet.
Op de vijfde dag verscheen in de verte een ruiter. Onder zijn mantel droeg hij het teken van de Hoge Krijgsraad. Aan de voet van de toren overhandigde hij de generaal een perkament, verzegeld met zwarte was.
Op 1 oktober zou achter gesloten deuren een geheime krijgsraad bijeenkomen. De Magiër, de meesters van de Zilveren Naald en de hofgeleerden zouden er de plannen uitwerken voor de volgende veldtocht. Want Ettertje mocht zich dan hebben teruggetrokken, niemand geloofde dat hij verslagen was.
De datum van de nieuwe aanval lag al vast.
9 oktober.
Het doelwit ook.
De Ribbenwal.
Daar had Ettertje zich diep ingegraven. Maar de Orde kende inmiddels zijn stellingen. De kaarten lagen klaar. De Zilveren Naalden werden geslepen.
Deze keer zou ook een slaapmagiër meegaan. De generaal had de vorige aanval volledig bij bewustzijn meegemaakt en vond één keer heldendom ruim voldoende.
Hij rolde het perkament op en keek naar de zwarte vestingen van T4 en T5.
Laat Ettertje daar voorlopig maar zitten.
Op 9 oktober komen ze hem halen.