Op hoop van Zegen

Gepubliceerd op 23 september 2026 om 02:54

We hebben dus zes moeilijke weken achter de rug. Pijn die alsmaar heviger werd, de medicatie erachteraan en meestal liep die een halve straat achter. Tegen dat het ene een beetje begon te werken, had Ettertje alweer iets anders bedacht.
Maar sinds het  bezoek aan de pijnkliniek lijkt er heel voorzichtig iets te keren. Ik ga daar nog geen vlaggen voor buitenhangen, want ik ken dat ettertje ondertussen. Maar de doorbraakpijnen zijn duidelijk verminderd en vooral: de OxyNorm is al een paar nachten gewoon in zijn doosje gebleven.

Alleen hebben die weken mijn dagen en nachten een beetje verbouwd.

Vermoeidheid is flink toegenomen en een middagdutje is geen luxe meer maar noodzaak. Vandaag zelfs twee dutjes gedaan.
En ook mijn nachtelijke uitstapjes naar de PC zijn noodzaak geworden. Niet eens zozeer om te bloggen. Alhoewel,,, tegen die kriebelende vingers is geen kruid gewassen.  Maar ergens in de nacht begint die rug nog altijd te zeuren en ondertussen weet ik dat blijven liggen, draaien, kussen hoger, kussen lager en binnensmonds vloeken weinig uithaalt. Opstaan wel. Cappuccino, een uur of twee achter de PC en  daarna weer naar bed. 
Geen idee waarom, maar mijn toetsenbord werkt 's nachts beter dan een pilletje.

Daar valt allemaal best mee te leven.
Alleen hebben nog een campertje. En dat campertje staat daar te kijken. Want Mevr Willy en ik zouden eigenlijk nog eens graag weg willen. Gewoon een paar dagen. Niks spectaculairs. Geen Noordkaap, geen Pyreneeën en voorlopig zelfs geen wereldreis door Nederland. Gewoon de Scudo volladen, neus richting ergens en even doen alsof ons leven nog altijd bestaat uit de vraag waar we vanavond zullen slapen.

Maar hoe neem je tegenwoordig Mr Willy mee op reis?
Er moet een middagdutje in kunnen. Er moet rekening gehouden worden met een mogelijke nachtelijke volksverhuizing richting PC, terwijl die PC thuis staat.

Nou , we zien wel. De klassieke hutkoffer met medicatie gaat mee plus een noodvoorraad pijnstilling. En voor alle zekerheid gaat OxyNorm ook mee. Hij mag in zijn doosje blijven, maar hij gaat mee.

Dus gaan we het proberen. Morgenochtend eerst nog wat witte jassen bezoeken. Die moeten blijkbaar ook onderhouden worden. En daarna halen we nog wat etenswaren en dan zijn we weg , richting Mol, Zilvermeer
Een uurtje rijden. Das de goede afstand voor een grote expeditie.

Twee dagen. Misschien drie. Het weer lijkt mee te willen. De camper kent de weg nog. Mevr Willy gaat mee. De halve apotheek gaat mee. En Ettertje... Tja. Die zal waarschijnlijk ook wel ergens achterin kruipen.
Maar als het niet gaat, draaien we om en een uur later staan we weer thuis. Geen heldendaden. Geen tanden op elkaar omdat we nu eenmaal weg zijn. Lukt het niet, dan lukt het niet.

En als het wél lukt? Dan zitten we morgenavond misschien aan het Zilvermeer. Met een cappuccino, een rug die hopelijk een beetje zijn manieren houdt en dat kleine campertje waarin we al zoveel kilometers hebben zitten prutsen.

Misschien word ik 's nachts wakker. Dan zal ik mijn PC missen.

Maar dat zien we dan wel weer. Eerst maar eens vertrekken.

Op hoop van zegen.