De Slag aan Den Diel

Gepubliceerd op 26 september 2026 om 18:33

Den Diel is een natuurgebied in Mol, langs het Kempisch Kanaal. Bossen, water, Sas 3 en een Baileybrug die daar kort na de Tweede Wereldoorlog als tijdelijke noodbrug werd neergelegd. Twee jaar zou ze dienst moeten doen

Nou, ze is nog altijd in dienst, ruim tachtig jaar later. Ik hou wel van zulke tijdelijke oplossingen. Geeft een mens vertrouwen. Mij hadden ze ooit vijf jaar gegeven. Als ze zich daar even hard misrekend hebben als bij die brug, zit ik ergens rond mijn tweehonderdste nog altijd blogs te schrijven.
Vlak bij die brug vonden we een slaapplekje. Geen camping of zo, gewoon een rustig plekje aan het water, bomen rondom ons en af en toe een boot die voorbij schoof. Meer moet dat niet zijn. Wandelknooppunt 41, voor hen die 't willen nakijken.
Ik had trouwens enkele dagen geleden al aangekondigd dat we er even tussenuit zouden trekken. De pijnkliniek had haar eerste werk gedaan, de volgende afspraak liet nog even op zich wachten en ondertussen leek het erop dat de pijn eindelijk wat terrein begon prijs te geven. OxyNorm bleef steeds vaker in zijn doosje, Paracetamol kreeg minder werk en er waren zelfs momenten waarop ik helemaal geen pijn had. Op hoop van zegen dus. Campertje in en weg.

We hadden alleen een blinde passagier.
Ettertje.

Geen idee waar hij zich verstopt had. Veel plaats heeft hij niet nodig, dus waarschijnlijk ergens tussen twee dekens of onder de passagiersstoel. De eerste dag hield hij zich in ieder geval opvallend gedeisd. Tijdens de rit naar Mol liet hij zich af en toe voelen en tegen de avond begon hij wat nadrukkelijker te morrelen, maar we hadden nog een wandeling van een kilometer of vijf gemaakt en eigenlijk viel het allemaal best mee.

Nou, ik had beter moeten weten. Ettertje was niet rustig. Ettertje was aan het wachten. En hij had zijn moment goed gekozen. Want wat ik bij het vertrek onvoldoende beseft had: in dat Campertje was ik zowat al mijn gewone verdediging kwijt. Thuis weet ik ondertussen wat ik met hem moet doen. Plat op mijn rug, armen omhoog, handen achter mijn nek. Helpt dat niet, dan eruit, wat bewegen en desnoods achter mijn pc. Hoe gek het ook klinkt, dat ding is ondertussen zowat mijn beste wapen tegen hem geworden. Een uurtje zitten tokkelen en hij bijt er zijn tanden op stuk.
Maar hier stond mijn pc thuis, en veel bewegen zat er ook niet in. Het bed in het Campertje is klein. Links ligt Mevr Willy, rechts zit de wand en buiten in mijn onderbroek wat gaan rondlopen leek me midden in de nacht ook niet direct de bedoeling. Ettertje had dat sneller door dan ik. Eerst een steek. Dan nog een. Beetje verschuiven, armen achter mijn hoofd, nog eens proberen te draaien. En plots was hij overal. De messen kwamen boven, zijn tanden gingen erin en T4 en T5 kregen er stevig van langs. Iedere keer dat ik dacht een houding gevonden te hebben waarin hij me even met rust liet, vond hij wel een andere plek om toe te slaan. Op mijn zij ging helemaal niet meer en zelfs plat op mijn rug kreeg ik hem niet behoorlijk stil.
En ik had veel te lang gewacht. Paracetamol erbij. Te laat. Uiteindelijk moest ook OxyNorm uit zijn doosje en op zijn paard. Vooruit dan maar. Pak hem. Ook te laat. Ettertje had ondertussen een voorsprong en was niet van plan die zomaar af te geven. OxyNorm kreeg hem wat terug, dan kwam hij weer. Even rust, opnieuw een steek. Nog wat draaien, weer die handen achter mijn nek. En op den duur weet ge het gewoon niet meer. Op uw zij doet zeer. Op uw rug doet zeer. Ge draait vijf centimeter naar links en denkt dat ge iets gevonden hebt. Twee minuten later kunt ge weer opnieuw beginnen. En ondertussen ligt ge daar in dat kleine Campertje, met links Mevr Willy die ge ook niet de hele nacht wakker wilt houden en rechts een wand waar ge moeilijk tegen kunt zeggen dat ze een beetje moet opschuiven.
Thuis was ik allang opgestaan. Hier kon ik geen kant uit. Dus hebben Ettertje, OxyNorm en ik daar nog uren liggen klooien op een matras waarop eigenlijk al nauwelijks plaats was voor één van ons. Van heroïek was tegen die tijd weinig meer over. Ik wou gewoon dat het stopte.
Tegen het ochtendgloren hadden we er allemaal genoeg van. Ettertje trok zich wat terug, OxyNorm mocht zijn paard op stal zetten en ik heb zowaar nog een beetje geslapen. En dan scheen de zon, stonden onze wandelschoenen klaar en bleek Ettertje overdag opnieuw een heel ander ventje. We vertrokken rond negen uur en waren pas tegen vijf uur terug. Een kilometer of vijftien, schat ik. Heel rustig, veel kijken, nergens haast voor. Bossen, water, het kanaal, af en toe eens zitten. Veel zitten. Elke bank werd nauwgezet gecontroleerd op zitkomfort.

En we genoten. Echt. Van het wandelen, van het niks moeten, van gewoon weer eens ergens anders zijn. Na al die weken waarin pijn, pillen en slechte nachten zowat de agenda bepaalden, deed dat verdomd veel deugd. We zijn natuurlijk ook nog naar het Zilvermeer geweest. Vijftig jaar geleden was ik daar voor het laatst geweest. In die tijd was dat zowat dé plek in de Kempen om met de school of het gezin een dag naartoe te trekken. Sunparks en al die andere vakantieparken bestonden nog niet en het Zilvermeer was ook nog lang niet zo uitgebouwd als tegenwoordig. Veel herkende ik niet meer, maar sommige herinneringen hebben blijkbaar geen wegwijzers nodig. Niet allemaal leuke trouwens. Ik zat in het zesde leerjaar toen een medeleerling van mij daar verdronk. Vijftig jaar geleden. Dát vergeet je dus ook nooit.

Maar goed. We waren daar nu met ons tweetjes, een halve eeuw verder, wat rondkijken, wandelen, oude herinneringen bovenhalen. Daarna weer terug naar ons plekje aan Den Diel. Ettertje was er ook nog, maar zolang ik in beweging bleef had hij weinig praat. Pas rond vier uur had ik een Paracetamol nodig. Na zo'n nacht vond ik dat eigenlijk behoorlijk netjes. En ondertussen had ik mijn les geleerd. Die tweede avond zou ik niet wachten tot meneer weer met zijn messen begon te zwaaien. Mijn gewone avondoxycodon werd wat vroeger genomen en rond negen uur mocht OxyNorm al op zijn paard. Kom maar op.
Veel is er die nacht niet meer gevochten. Ettertje probeerde het wel. Zodra ik van mijn rug wilde draaien zat hij er onmiddellijk weer, dus nee, we zijn er absoluut nog niet. Maar deze keer kreeg hij geen kans om zich breed te maken. En als Ettertje wat begon te morren werd er niet gewacht tot ie wakker genoeg was om zijn messen te zoeken. OxyNorm. Paard. Vooruit. Ik heb geslapen als een roos.

En toen we de volgende dag weer naar huis reden, waren de batterijen wel degelijk wat opgeladen. Twee dagen wandelen, buiten zijn, wat oude herinneringen ophalen, ons Campertje, Mevr Willy en even niet de hele dag bezig zijn met kanker, pijnklinieken en pillendoosjes.
Dat hadden we nodig. Ettertje blijkbaar ook. Want vrijdagavond waren we weer thuis. Onze wekelijkse tête-à-tête nog gehouden, maar ik was moe en ben vroeg mijn bed ingekropen.

Twee uur later stond ik er alweer naast.
Ettertje.

En niet zo'n beetje ook. Hij beet en stak tegen de sterren op. Paracetamol erbij, wat rondlopen, achter mijn pc kruipen. Langzaam kreeg ik hem weer wat teruggedrongen en even later lag ik opnieuw in bed. Bijna pijnloos zelfs.
Mooi. Eventjes toch. Weer wakker. Weer pijn. En deze keer mocht de cavalerie eraan te pas komen. OxyNorm op zijn paard en vooruit ermee. Dat hielp. Ik viel in slaap.
Maar twee uur later stond ik opnieuw naast mijn bed. 
Godverdegodver. Ettertje had blijkbaar nog wat messen achtergehouden.

Maar deze keer heb ik de cavalerie niet opnieuw opgetrommeld. Beetje rondgelopen, achter mijn pc gekropen, cappuccino erbij en gewacht. De pijn zakte. Niet helemaal weg, maar voldoende om ergens tussen één en twee toch weer voorzichtig mijn bed in te kruipen. Plat op mijn rug. Armen goed. Vooral niet te veel prutsen.

En kijk. Het werd zes uur. Tussendoor één keer eruit voor een sanitaire stop, daarna weer mijn bed in en verder geslapen. Geen extra OxyNorm meer. Geen extra Paracetamol. Ettertje had nog altijd wat te zeuren toen ik wakker werd, maar het grote offensief was voorbij.

Misschien waren het gewoon drie zware dagen geweest. Veel wandelen, twee nachten in een klein Campertje, verkeerd liggen, te diep slapen en Ettertje die daar dankbaar gebruik van maakte. Misschien ook niet. Met dat ettertje weet ge het nooit.

Mr Willy zit hier in ieder geval om zes uur 's morgens alweer achter zijn pc.