En toen was het stil

Gepubliceerd op 27 september 2026 om 22:06

Gisteren om zes uur 's morgens eindigde ik mijn vorig blog De slag aan Den Diel achter mijn pc.

Ettertje had tijdens onze paar dagen met het Campertje behoorlijk huisgehouden, maar ik had goede hoop. Klein bed, weinig bewegingsruimte, twee stevige wandeldagen, geen pc om 's nachts naartoe te vluchten. Misschien was het gewoon allemaal wat veel geweest. Thuis zou dat wel weer beteren.

Nou. Niet dus.

Gisteren was een rotdag. Een echte. Na die injectie in de pijnkliniek was het nochtans heel geleidelijk beter gegaan. OxyNorm, dat twee of drie keer per dag of nacht van stal moest, bleef ineens in zijn doosje. Paracetamol van vier naar drie, van drie naar twee. Heel voorzichtig begon ik zelfs aan afbouwen te denken.

Gisteren was dat allemaal weg. Drie keer ben ik gaan liggen omdat ik moe was. Dat middagdutje wordt noodzaak. Drie keer stond ik binnen het halfuur weer naast mijn bed. Snijdende pijn in mijn rug. Niet wat zeuren of ambetant doen. Pijn waarvan ge gewoon recht moet. En dan het krankzinnige: rechtstaan, wat rondlopen en vijf minuten later was ze soms bijna weg. Ik heb zelfs nog een uur in de tuin staan snoeien. Nauwelijks last. Ga liggen en Ettertje trekt zijn messen.

Tegen de avond werd het helemaal ellendig. Paracetamol. Rondlopen. Pc. Uiteindelijk OxyNorm. Hielp dus geen bal

Nou , je zou van mnider ongelukkig wezen.

Want daar ging mijn mooie verklaring over dat Campertje. Daar ging ook het vertrouwen dat ik de voorbije week heel voorzichtig had opgebouwd. Ik zag mezelf alweer vertrokken voor weken van pijn, pillen en achter de feiten aanhollen. En dan is het weekend natuurlijk. Pijnkliniek dicht. Huisarts dicht. Spoed kan, huisarts van wacht kan. Maar wat moeten die met iemand die vier kilometer naar Spoed kan wandelen en vervolgens zegt dat hij vergaat van de pijn zodra hij in een bed gaat liggen?

Pfff.

Maar ergens gisteravond ben ik toch in slaap gesukkeld. En nu is het vier uur in de ochtend. Ik werd wakker en bleef even liggen.
Er was iets. Of beter: er was iets niet. Pijn. Weg. Gewoon weg. Mijn rug was er nog wel, stilletjes op de achtergrond, maar dat mocht geen naam hebben. Ik had geslapen. Echt geslapen. En ik werd wakker met dat heerlijke, behaaglijke gevoel dat ge soms hebt na een goeie nacht.

En nou weet ik niet wat ik voel, wat ik wil voelen, of hoe ik me moet voelen.
Blij natuurlijk. Opgelucht. Maar vooral ongelovig. En bang. Want ondertussen zit ik hier weer achter mijn pc en voel ik mijn rug wat stijver worden. Een klein steekje. Nog eentje misschien. Ettertje is dus ook wakker geworden. Hij bijt nog niet, hij steekt nog niet, de pijn zit nog ruim beneden mijn comfortgrens.

Maar ik zit erop te wachten.
Gisteren was een steek gewoon een steek. Nu is ieder steekje: begint het weer?

Ik heb toch maar een Paracetamol genomen. Seffens mijn cappuccino. Nog wat tokkelen. En daarna probeer ik nog een uurtje of twee te slapen.

Gisterenavond zou ik daar alles voor gegeven hebben.
Nu durf ik bijna niet meer in mijn bed.

Rare stiel, kankerlijder zijn.