Het is tien uur 's avonds en ik val om van de slaap.
Dat is op zich geen wereldnieuws. Tegenwoordig kan ik op de vreemdste uren slapen. Middagdutjes zijn vaste prik geworden en als ik ergens vijf minuten rustig zit, begint mijn lijf al te onderhandelen over een matras.
Maar vanavond wil ik niet. Ik zit achter mijn pc. Het huis is stil. Mevr Willy is ergens boven of misschien ook al half op weg naar dromenland en beneden hangt nog een beetje de geur van wafels.
Wafels.
Die heb ik vanavond voor haar gebakken. Haar lievelingsding. Ik had een nieuw recept gevonden van Piet Huysentruyt en dacht: laat ons na eenenvijftig jaar huwelijk eens avontuurlijk doen.
Fout. Niet slecht hoor. Een mens moet eerlijk blijven. Maar beter dan het oude recept waren ze niet.
Dat oude recept zit al zowat veertig jaar in een kookboek dat hier ergens staat te verkommeren. Het kookboek van Mevr Willy uit haar schooltijd. Koken was toen nog een verplicht vak voor meisjes. De wereld is sindsdien op een paar punten vooruitgegaan.
Het boek wordt nauwelijks nog gebruikt. In de loop der jaren is Mr Willy hier namelijk gepromoveerd tot chef-kok. Zonder diploma, zonder koksmuts en tegenwoordig zelfs met een chemobrein, maar volgens Mevr Willy smaakt alles wat ik maak véél lekkerder.
Ik spreek dat niet tegen. De liefde van de man gaat door de maag, zeggen ze. Die van Mevr Willy blijkbaar ook.
Vandaag waren we 51 jaar getrouwd.
Gisteren hadden we onze gewone vrijdagavondse tête-à-tête gehad en vanmorgen stond er nog genoeg overschot om daar een kleine feestbrunch van te maken. Geen champagnefonteinen, violisten of ontbijt op een zilveren schaal.
Gewoon wij tweeën aan tafel met de overschot van gisteren.
Eenenvijftig jaar. Ge kunt zoiets moeilijk ongemerkt voorbij laten gaan.
Voor de rest hebben we eigenlijk niks gedaan. Wat opgeruimd. Een halfuurtje in de tuin geprutst. Ik heb geprobeerd een dutje te doen, maar dat vond Ettertje blijkbaar overbodig. Dus er weer uit.
En toch was het een goeie dag. Weinig pijn. Eén Paracetamolletje. Meer niet.
Na gisteren durf ik daar nauwelijks iets achter te zoeken. Gisteren was gisteren. Vandaag was vandaag. Met Ettertje heb ik ondertussen geleerd dat ge beter geen contracten voor morgen afsluit.
En vanavond was ik moe. Echt moe. Dus tegen beter weten in toch maar naar bed. Dekbed. Hoofd op het kussen. Ogen dicht.
Ettertje niet. Daar was hij weer.
Dus terug naar beneden. OxyNorm genomen en achter mijn pc gekropen. Beetje tokkelen. Beetje wachten. Het gebruikelijke gedoe.
En nu zakt de pijn. Ik voel het terwijl ik dit schrijf. Ze trekt zich terug. Niet helemaal, maar genoeg. Mijn rug wordt weer gewoon een rug in plaats van iets waar voortdurend mijn aandacht naartoe moet.
En nu zit ik met een probleem.
Ik val nog altijd om van de slaap. Maar ik wil niet naar bed.
Straks doet die OxyNorm zijn werk helemaal en heb ik misschien een paar uur waarin niks zeer doet. Een paar gewone uren. Beetje achter de pc zitten. Misschien nog een filmpje kijken. Cappuccino hoeft niet meer, die heb ik vandaag al genoeg gehad.
Ik wil gewoon zitten.
Zonder messen. Zonder zoeken naar een houding. Zonder voelen of dat steekje erger wordt.
En dan zou ik moeten gaan slapen?
Een paar weken geleden zou ik mezelf voor gek verklaard hebben. Als ge moe zijt en ge kunt slapen, dan gaat ge toch slapen.
Nou. Blijkbaar niet altijd.
Een mens wordt zuinig op rare dingen. En tegenwoordig zit ik om elf uur 's avonds achter de pc pijnvrije uurtjes te tellen.
Eentje is er al bezig.
Ik ga ze verdorie niet verslapen.