Een Stukje Maria

Gepubliceerd op 29 september 2026 om 05:16

In de Zwitserse abdij van Einsiedeln staat al eeuwen een beroemde Zwarte Madonna. Vanaf ongeveer de zestiende eeuw konden pelgrims kleine kopieën van haar meenemen naar huis. Ze waren gemaakt van ongebrande klei en werden Schabmadonnen genoemd.

Dat Schab is belangrijk. Het komt van schrapen. Want zo'n Mariabeeldje was niet uitsluitend bedoeld om op de kast te zetten en af en toe eerbiedig naar te kijken. Wanneer iemand ziek werd, schraapte men een beetje klei van het beeld, mengde dat door water of eten en slikte het op. Het poeder zou beschermen en genezen. Er zijn zelfs verhalen dat men het gebruikte bij brand.

Ik probeer mij zo'n huis voor te stellen. Geen ziekenhuis om de hoek, geen apotheek met een groen kruis, geen dokter van wacht, geen Paracetamol  in het kastje. Er wordt iemand ziek. Misschien een kind. Misschien vader. Misschien oma die al drie dagen ligt te hoesten. En daar staat Maria.
Dus wordt er geschraapt. Een klein beetje van haar mantel. Door het water. Opdrinken. Afwachten.
Een paar maanden later heeft iemand buikpijn. Weer een beetje Maria.
In de winter koorts. Maria. 
Tandpijn. Maria.

Na twintig jaar moet zo'n mens toch naar een behoorlijk gehavende Moeder Gods hebben zitten kijken.

“Waar is haar linkerarm gebleven?”
“Griep van 1587.”
“En haar voet?”
“Uw vader zijn aambeien.”

Ik weet niet of Maria daar zelf allemaal mee opgezet was, maar het zegt wel iets over ons. Wij kunnen blijkbaar slecht met onze handen in onze zakken blijven staan wanneer er iets misgaat. Er moet iets gebeuren. Desnoods schrapen we Maria af.
Nu doen we dat natuurlijk niet meer. Wij zijn moderne mensen. Wij beschikken over wetenschap, technologie en gezond verstand.

De lift komt niet. Klik. 
Het lampje brandt. Nog eens. Klik. Klik.
Alsof ergens boven ons een lift staat te denken: Ho, wacht. Die eerste keer meende hij het blijkbaar niet.

De computer loopt vast. Muis. Klik. Nog eens. Harder. Enter. Escape. Nog een paar keer klikken op hetzelfde icoontje en uiteindelijk verschijnt het programma zes keer tegelijk.

Kijk. Ge hebt iets gedaan.

Een mail waarop ge dringend antwoord verwacht? Mailbox. Niks. Vijf minuten later nog eens. Nog altijd niks.
Tien minuten later. Misschien is de mail onderweg verdwaald. Nog eens kijken.

Ik doe het zelf voortdurend. Neem mijn telefoon. Een app doet niet wat ik wil. Nog eens drukken. Niks. Terug. Opnieuw. Nóg eens. Scherm uit. Scherm aan. App afsluiten. Weer openen. En wanneer dat allemaal niet helpt, komt de laatste wetenschappelijk verantwoorde behandeling: telefoon volledig uitzetten en opnieuw opstarten. 
Dat werkt merkwaardig dikwijls. Geen idee waarom. Waarschijnlijk weet mijn telefoon gewoon dat het menens wordt.

De monniken van Einsiedeln zouden onmiddellijk begrijpen wat ik aan het doen ben. Schraap. Schraap. Schraap. Tot Maria eindelijk schrijft zoals ik het wil.

En ja, met mijn rug ben ik momenteel misschien nog het mooiste voorbeeld. Daar hebben inmiddels behoorlijk wat mensen voor gestudeerd. Er zijn foto's gemaakt waar ik zelf nauwelijks iets op herken maar waarop een radioloog zonder moeite T4 en T5 terugvindt. Er zijn medicijnen. Fentanylpleisters. Pregabaline. OxyNorm. Een pijnkliniek. Infiltraties.

Allemaal behoorlijk indrukwekkend.

En wat doet Mr Willy wanneer het 's nachts pijn begint te doen?
Draaien. Nee. Andere kant. Ook niet. Plat. Armen omhoog. Handen achter de nek. Ah. Beter. Vijf minuten later weer niet. Rechtstaan. Rondje door het huis. Computer aan. Cappuccino.
Terug naar bed. Opnieuw plat. Handen achter de nek.

Eigenlijk ben ik gewoon een Schabmadonna waarop ik zelf aan het schrapen ben. Alleen moeilijker in te nemen.

Het gekke is dat sommige dingen natuurlijk wél helpen. Die lift komt uiteindelijk. De computer herpakt zich soms. Mijn houding maakt werkelijk verschil. Medicijnen werken. De wetenschap heeft die vijfhonderd jaar niet voor niks bestaan.

Maar ondertussen hebben wij er een hele verzameling kleine handelingen bij gehouden die vooral één functie hebben: we zijn tenminste bezig.
Misschien verklaart dat ook waarom een afstandsbediening het altijd beter lijkt te doen wanneer ge harder op de knop duwt. Of waarom mensen bij een rood verkeerslicht drie keer op het voetgangersknopje drukken. En waarom ge aan een automaat die uw muntstuk heeft ingeslikt eerst nog eens trekt, daarna duwt, vervolgens een tik geeft en pas daarna accepteert dat ge bestolen zijt door een machine.

Niks doen komt pas als laatste mogelijkheid.

Ik vind die Schabmadonna daarom steeds sympathieker worden. Niet als geneesmiddel. Ik zou er persoonlijk vanaf blijven. Mijn medicatieschema is ingewikkeld genoeg zonder dat er ook nog twee gram Heilige Maagd bij moet.

Maar ik begrijp degene die haar van de kast pakte.
Er was iets mis. Hij wist niet wat hij moest doen. Dus deed hij iets. Schraap.

Vijfhonderd jaar later zijn onze middelen iets verfijnder. Wij hebben MRI's, medicijnen, computers, smartphones, knopjes, apps en ChatGPT.

En wanneer die allemaal niet onmiddellijk doen wat wij willen... Klik.
Nog eens. Klik.

Pfff.

Geef Maria eens door.