Dinsdagnacht, 12 uur
We hebben al heel wat veldslagen geleverd, Ettertje en ik. In het begin was het nog overzichtelijk. Hij viel aan, Mr Willy verdedigde. Paracetamol was het voetvolk, oxycodon hield de wacht, fentanyl bewaakte de muren en als Ettertje toch doorbrak, mocht OxyNorm op zijn paard. Vooruit. Pak hem. Meestal lukte dat ook. Niet altijd onmiddellijk, maar uiteindelijk trok Ettertje zich terug en werd het soms zelfs helemaal stil.
Toen kwam de Orde van de Zilveren Naald. Epidurale injectie. Groot geschut. En verdomme, het werkte. OxyNorm bleef in zijn doosje, paracetamol kon omlaag en er kwamen zelfs uren waarin ik helemaal geen pijn had.
Geen pijn. Ge weet pas hoe lekker dat is wanneer ge dat een tijdje gehad hebt.
Na al die schermutselingen leek het tijd om ons even uit de frontlinie terug te trekken. Een paar dagen Den Diel, langs het kanaal, wat wandelen, wat rusten, de batterijen opladen en vooral even doen alsof er geen oorlog was. Gewoon Mr Willy en Mevr Willy met het Campertje, ver genoeg van de muren om weer wat krachten op te doen.
Dachten we.
Want Ettertje ging mee naar Den Diel. Hij moet ergens tussen de dekens van het Campertje gelegen hebben. Overdag hield hij zich gedeisd. ’s Nachts kwamen de messen boven. Nou, thuis zou het wel weer beteren. Niet dus.
Sindsdien volgden de gevechten elkaar steeds sneller op. Soms begint het met een beetje pijn die langzaam groeit. Soms gaat het snel, met korte, verschrikkelijk scherpe steken.
En daarmee kreeg de grote krijgsraad van 1 oktober ineens een heel ander gewicht. Die stond al gepland, maar ondertussen lijkt het erop dat daar méér beslist zal moeten worden dan oorspronkelijk gedacht. Tot dan moeten de muren het houden.
Daarom trok Mr Willy alvast naar de oude heelmeester uit het bos. Die luisterde naar het verslag van de laatste veldslagen en was kort van stof. OxyNorm kreeg versterking. De cavalerie mocht voortaan uitrukken zo dikwijls als nodig was, tot zes keer per dag als het moest. Geen paarden meer sparen voor later. Zodra Ettertje zijn kop boven de muur steekt: eropaf. Of liever nog nét ervoor.
En daarmee moeten we standhouden tot 1 oktober. Dan komt de grote krijgsraad bijeen en moeten de echte plannen op tafel. Kan de Orde van de Zilveren Naald Ettertje nog eens rechtstreeks treffen? Loopt hij via een verborgen zenuwgang de vesting binnen die kan worden afgesloten? Moeten nieuwe verkenners T4 en T5 opnieuw in kaart brengen? Kan de artillerie van de radiotherapie toch nog ergens opgesteld worden? Of blijkt uiteindelijk dat niet alleen Ettertje, maar het hele vijandelijke leger oprukt en moet Mr Willy opnieuw naar het hoogste oncologische opperbevel om te bespreken of het tijd is de oorlog tegen de kanker zelf op te voeren?
Maar Ettertje heeft natuurlijk ook zijn verkenners. Die hadden intussen blijkbaar keurig in kaart gebracht waar de muren zwak waren en waar de poorten kraakten. Hij heeft dan ook niet gewacht op de grote krijgsraad. Gisterenavond, rond zes uur, begon de grote aanval. En dit keer gooide hij werkelijk alles in de strijd. Messen tussen de ribben, zwaarden in de rug, naalden onder de huid, steken, prikken, bijten. Als het pijn kon doen, had Ettertje het ergens in zijn wapenarsenaal liggen.
Aan onze kant werd dus ook alles naar voren gehaald wat beschikbaar was. Fentanyl stond al op de muren, pregabaline hield de zenuwgangen in de gaten, paracetamol werd naar de bressen gestuurd en OxyNorm sprong te paard. Later nog een tweede lading paracetamol, nogmaals de cavalerie en ook de vaste oxycodon erbij. Alles wat kon lopen, rijden of verdedigen werd naar het front gestuurd. En toch bleef Ettertje komen. Urenlang. De cavalerie sloeg gaten in zijn aanval, maar kreeg hem niet terug achter zijn eigen linies. Messen, steken, brandende pijlen — het hield niet op. Rond middernacht begon de grote poort te kraken. De scharnieren hielden nog, maar niemand wist voor hoelang.
Achter de muren was ondertussen ook de aftocht voorbereid. De route naar het veldhospitaal lag open, de wagens stonden aangespannen en aan de andere kant was de opvang geregeld. Nog één flinke stormloop en Mr Willy zou de vesting verlaten en naar de spoed trekken. Geen heldendaden meer. Als de muur viel, nou, dan viel hij maar.
Voor we de poort uitreden, eerst nog even gaan liggen. Heel even rusten.
Addendum — 5.30 uur
Alleen... toen ik mijn ogen weer opendeed, was het vijf uur. Geen veldhospitaal. Geen aftocht. Geen Ettertje te voelen. Ik had geslapen als een blok en blijkbaar had iemand vannacht stiekem een nieuwe batterij ingestoken. Uitgeslapen. Heldere kop. Geen spoor van die uitgewrongen vod die hier rond middernacht nog vertrekkensklaar stond.
Helemaal verdwenen is de vijand niet. Mijn borst brandt flink, een zona-achtige pijn met prikken en steken, alleen is er voorlopig nergens iets te zien. En nauwelijks een kwartier uit bed begon ook elders achter de muren alweer wat gerommel. Nog ver weg, maar ik ken ondertussen het geluid. Dus deze keer geen wachten tot de stormram voor de poort staat. OxyNorm te paard en vooruit.
De grote krijgsraad van de pijnpoli is morgen. Maar na de slag van gisterenavond komt er vandaag eerst nog een crisisvergadering met de oude heelmeester uit het bos. Die brandende borst moet bekeken worden, maar vooral: er moeten noodmaatregelen klaarliggen voor volgende nacht. Welke troepen mogen wanneer uitrukken, welke versterking hebben we nog achter de hand en waar ligt de grens waarop we niet meer proberen de muren te houden maar gewoon naar het veldhospitaal vertrekken.
Want één avond zoals gisteren was genoeg. Ettertje heeft die veldslag gewonnen.
Maar deze ochtend staan we toch weer op de muur.