Ettertje heeft een dubbelganger

Gepubliceerd op 14 oktober 2026 om 02:31

Stel dat er een tweede Ettertje zou bestaan.

Een klein, levend exemplaar van mijn eigen kanker, ergens ondergebracht in een laboratorium, waar hij onder toezicht van een paar ernstige wetenschappers zijn dagen mag slijten. Terwijl het origineel zich in mijn lijf behoorlijk misdraagt, zou die dubbelganger in een schaaltje liggen, omringd door microscopen, pipetten en mensen in witte jassen die hem voortdurend allerlei onaangename verrassingen bezorgen.

Nou, blijkbaar is dat geen onwaarschijnlijke gedachte. In Maastricht zijn wetenschappers bezig met een onderzoek dat PR3DICT heet. Ze proberen uit tumorweefsel van prostaatkankerpatiënten kleine, levende modellen van hun gezwellen te kweken, zogenaamde organoïden of tumoroïden.
Geen volledige kopieën van de oorspronkelijke tumor, maar driedimensionale groepjes cellen die bepaalde eigenschappen ervan behouden. Vervolgens willen ze nagaan hoe die kleine gezwelletjes op verschillende geneesmiddelen reageren. Het onderzoek staat nog in de kinderschoenen, maar het idee erachter is eigenlijk simpel: waarom zouden we niet eerst de kanker buiten het lichaam proberen aan te pakken, voordat we de eigenaar ervan met allerlei medicijnen beginnen te bestoken?

Mijn verhouding met Ettertje is ondertussen behoorlijk ingewikkeld geworden. Hij woont al jaren bij mij in, betaalt geen huur, houdt zich niet aan de huisregels en heeft de vervelende gewoonte om telkens wanneer ik denk dat hij eindelijk een beetje tot bedaren is gekomen, ergens anders opnieuw zijn koffers uit te pakken. Eerst in mijn prostaat, later op verschillende plaatsen in mijn botten en tegenwoordig heeft hij blijkbaar een uitgesproken voorkeur voor mijn bovenste rugwervels. Ik heb hem al met chemotherapie, hormoonbehandelingen en bestraling proberen duidelijk te maken dat zijn aanwezigheid hier niet op prijs wordt gesteld, maar van enige bereidheid om vrijwillig te vertrekken is voorlopig weinig te merken.

Maar ik zie het al voor mij. Een laborant in Maastricht die op maandagochtend zijn ronde doet, mijn kleine Ettertje onder de microscoop bekijkt en besluit dat het tijd is voor een nieuwe behandeling. Hij neemt een pipet, voegt een geneesmiddel toe en wacht af wat er gebeurt. Een paar uur later beginnen de cellen zich misschien minder goed te delen, sommige leggen er zelfs het bijltje bij neer en de laborant noteert tevreden zijn bevindingen. De volgende dag probeert hij een ander middel, en daarna nog een, terwijl ik thuis rustig mijn cappuccino drink en voor de verandering eens niet degene ben die alle bijwerkingen moet ondergaan.

Kijk, zo mogen ze van mij nog wel wat experimenteren. Want hoe knap de moderne geneeskunde ook geworden is, voor een kankerpatiënt blijft het soms een behoorlijk vervelende bedoening. Ge krijgt een geneesmiddel waarvan men verwacht dat het zal helpen, maar niemand kan vooraf met zekerheid voorspellen hoe uw eigen kanker erop zal reageren. Misschien werkt het uitstekend, misschien een beetje en misschien helemaal niet.
Ondertussen krijgt de rest van uw lichaam wel de volledige behandeling cadeau, inclusief alle mogelijke nevenwerkingen, alsof uw gezonde cellen zich vrijwillig bij de vijand hebben aangesloten en bijgevolg ook maar moeten worden aangepakt.

Ik heb dat met mijn zes kuren docetaxel aan den lijve ondervonden. Ettertje kreeg een behoorlijk chemisch offensief over zich heen, maar mijn voeten hebben blijkbaar nooit begrepen dat zij niet het eigenlijke doelwit waren. Die lopen jaren later nog altijd rond alsof er tussen mijn voetzolen en de wereld een dikke laag watten ligt.
En tegenwoordig is er opnieuw een halve apotheek nodig om de gevolgen van Ettertjes activiteiten binnen de perken te houden. Fentanyl, oxycodon, pregabaline en nog wat andere farmaceutische vrienden helpen mij om de pijn draaglijk te houden, maar hebben ondertussen ook ontdekt dat ze mij zonder veel moeite achter mijn computer in slaap kunnen krijgen. Het gebeurt geregeld dat ik aan een zin begin en ergens halverwege mijn ogen dichtdoe, zonder dat ik mij kan herinneren daar zelf toestemming voor gegeven te hebben.

Ge voert dus oorlog tegen iets wat uw lichaam kapotmaakt, maar om die oorlog te kunnen voeren moet ge datzelfde lichaam soms eerst behoorlijk afmatten. De vijand krijgt klappen, maar de bevolking in de omliggende dorpen ook. En wanneer de strijd eindelijk wat lijkt te luwen, blijken sommige bruggen nog altijd kapot en een aantal wegen waarschijnlijk voorgoed beschadigd.
Zo'n dubbelganger zou misschien ooit kunnen helpen om een deel van dat uitproberen buiten het lichaam te laten plaatsvinden. Niet dat ge morgen een stukje kanker in een schaaltje kunt leggen en meteen weet welke behandeling zal aanslaan. Sommige tumoren laten zich moeilijk kweken en kankercellen in een laboratorium gedragen zich niet noodzakelijk hetzelfde als in een menselijk lichaam. Maar ge moet ergens beginnen.

Al blijf ik mij afvragen wat zo'n dubbelganger eigenlijk is. Een stukje van mij, of een stukje van mijn vijand? Die cellen zijn ooit uit mijn eigen lichaam ontstaan en zouden zonder mij nooit hebben bestaan. Tegelijkertijd doen ze al jaren precies het tegenovergestelde van wat ik van mijn lichaam verwacht. Ze luisteren niet, houden zich niet aan de afspraken en lijken vooral geïnteresseerd in hun eigen voortbestaan. Eigenlijk zijn het mijn eigen cellen die op een dag besloten hebben zelfstandig ondernemer te worden, zonder vergunning, zonder boekhouding en met een uitgesproken voorkeur voor illegale uitbreiding.

Ik zou trouwens graag eens weten hoe mijn dubbelganger zich in zo'n laboratorium zou gedragen. Zou hij even koppig zijn als het origineel? Zou hij onmiddellijk beginnen uit te breiden naar het schaaltje ernaast? Moeten de onderzoekers hem voortdurend in de gaten houden omdat hij anders de hele afdeling overneemt? Ik zie al een paniekerige laborant voor mij die op vrijdagnamiddag ontdekt dat Ettertje zich ondertussen ook in de koffiemachine gevestigd heeft.
Maar mocht men ooit een behandeling vinden waarop die kleine dubbelganger bijzonder slecht reageert, dan zou ik daar graag als eerste van horen. Niet dat ik meteen de champagne zou ontkurken, want tussen een geslaagde proef in een laboratorium en een werkzame behandeling bij een patiënt ligt nog een lange weg. Maar het zou toch iets zijn om te weten dat er ergens een versie van Ettertje bestaat die eindelijk eens op zijn donder krijgt zonder dat ik daarvoor zelf de rekening moet betalen.

Voorlopig blijft het toekomstmuziek. Volgens de planning zou het PR3DICT-onderzoek pas in 2031 afgerond worden. Dat betekent dat ik nog minstens vijf jaar moet zien vol te houden om eventueel iets van de resultaten mee te pikken. En dan moet ge nog rekenen op de tijd die nodig is om die resultaten om te zetten in een behandeling waar een patiënt daadwerkelijk iets aan heeft. De wetenschap heeft blijkbaar geen haast, terwijl mijn persoonlijke houdbaarheidsdatum toch wat minder ruim bemeten is. Misschien moet ik mijn oncoloog eens vragen of hij Ettertje kan duidelijk maken dat er in Maastricht iets interessants op komst is en dat hij zich tot nader order een beetje gedeisd moet houden. Vijf jaar wapenstilstand, dat moet toch bespreekbaar zijn? Al vrees ik dat die kleine smeerlap zelfs bij een officieel vredesverdrag nog ergens een achterpoortje zou zoeken.

Maar mocht er ooit iemand uit Maastricht bellen met de vraag of hij een stukje van mijn kanker mag hebben om er een dubbelganger van te kweken, dan zal ik niet moeilijk doen. Integendeel, ik zal hem vriendelijk vragen of het misschien een iets groter stukje mag zijn. En als ze die kleine Ettertje eenmaal in hun laboratorium hebben ondergebracht, mogen ze er van mij gerust alles op uitproberen wat ze in hun medicijnkast hebben staan.

Ik heb maar één voorwaarde. Dat ze hem achteraf niet terugsturen.

Aan één exemplaar heb ik meer dan genoeg.