Eergisteren zat ik midden in de nacht nog naar Ettertje te zoeken omdat hij nergens te vinden was. Na twee maanden waarin hij mijn dagen en nachten had geregeerd, was het plots stil. Geen steken, geen geknabbel, niks. Ik wist bijna niet wat mij overkwam.
Een mens kan snel van gedacht veranderen. Gisteravond lag ik rond acht uur in bed. Niet omdat Ettertje mij erheen gejaagd had, gewoon omdat ik moe was. Om elf uur werd ik wakker, klaarwakker zelfs, alsof ik er een halve nacht had opzitten. Naar beneden voor mijn onafscheidelijke cappuccino, achter de computer, en een kwartier later vielen mijn ogen alweer dicht. De avondmedicatie had blijkbaar besloten dat drie uur slaap nog lang niet voldoende was.
Dan maar opnieuw naar bed. Dat gaat tegenwoordig gemakkelijk. Het nieuwe bed staat in de kamer pal naast mijn computer. Een paar stappen en ik lig. Handig wanneer ge om de haverklap een kort dutje nodig hebt. Ook handig wanneer ge snel weer weg wilt zijn. Want ergens zat al die tijd dezelfde gedachte mee onder de dekens. Hopelijk word ik straks niet wakker omdat Ettertje weer begint.
Om twee uur werd ik wakker. Eerste controle. Rug. Schouderblad. Borst. Even bewegen. Niks. Oef. Ik was zelfs nog wat slaperig en een normaal mens zou zich gewoon omdraaien en verder slapen.
Ik stond op. Niet omdat ik pijn had. Niet omdat liggen moeilijk was. Niet omdat er ergens iets begon te steken. Ik stond op omdat ik bang was dat het zou beginnen als ik bleef liggen.
En misschien is dat wat Ettertje de voorbije maanden werkelijk heeft achtergelaten. Niet alleen pijn, maar wantrouwen. Ik vertrouw mijn bed niet meer, een goede nacht niet meer en soms zelfs een pijnloos uur niet meer. Altijd zit er ergens dat stemmetje dat zegt: wacht maar, straks begint het weer. Ik krijg dat voorlopig niet uitgezet.
En daar schrok ik eigenlijk meer van dan van Ettertje zelf. Twee maanden pijn hebben blijkbaar iets achtergelaten. Ge leert waar ge het minst slecht ligt, ge leert welke beweging ge beter niet maakt, ge leert wanneer ge moet opstaan, wanneer ge moet wandelen en wanneer het tijd wordt om naar de pillendoos te grijpen. Dat is allemaal nuttig zolang de pijn er is. Alleen vergeet uw kop blijkbaar niet onmiddellijk wat hij geleerd heeft wanneer die pijn eindelijk wat stiller wordt.
Mijn bed was vroeger de plaats waar ge ging liggen omdat ge moe waart. De laatste maanden werd het regelmatig de plaats waar het gevecht begon. Ge kroop erin en wachtte af. Eerst een beetje trekken. Dan een steek. Nog eens omdraaien. Andere houding. Armen omhoog. Handen in de nek. Toch maar weer opstaan.
Blijkbaar is twee maanden voldoende om een mens af te richten. Nu lig ik daar zonder pijn en luistert er ergens in mijn hoofd nog altijd een wachtpost. Voel ik daar iets? Was dat een steek? Begint hij? En als alles stil blijft, vertrouwt die wachtpost het blijkbaar nog altijd niet.
Dus zit ik om twee uur ’s nachts opnieuw achter mijn computer. Cappuccino erbij, wat tokkelen, af en toe voelen hoe de rug zich gedraagt. De slaapkamer ligt een paar passen verder en ik ben moe genoeg om opnieuw onder de dekens te kruipen.
Maar ik stel het uit. Niet omdat Ettertje daar ligt.
Omdat hij er zou kúnnen liggen.
Dat is misschien het smerigste wat hij de afgelopen maanden heeft klaargespeeld. Pijn kunt ge bestrijden met oxycodon, fentanyl, pregabaline, dexamethason en god weet wat nog allemaal in mijn pillendoos rondzwerft.
Maar tegen de herinnering aan pijn bestaat blijkbaar geen pilletje.
Gisteren was ik op zoek naar Ettertje. Vannacht is hij er opnieuw niet, en toch zit ik voor hem uit mijn bed. De rotzak hoeft tegenwoordig zelfs niet meer te komen opdagen.
Maar goed, misschien is dit gewoon zo’n dipje midden in de nacht en zit Mr Willy straks alweer achter zijn computer onnozel te doen over iets waarvan geen normaal mens wakker ligt. Dat zou eigenlijk nog het beste teken zijn.
Dus mocht hier binnen een paar uur plots een blog verschijnen over een kankerverwekkende koffieschimmel, een rat met nierkanker of de vraag of ge uw cappuccino tegenwoordig bij het klein gevaarlijk afval moet zetten, dan weten jullie genoeg.
Dan is die wachtpost hierboven blijkbaar toch even gaan slapen.