Otohime Deluxe

Gepubliceerd op 17 oktober 2026 om 02:44

De prinses van het kleinste kamertje

Wanneer we aan een Japanse prinses denken, zien we al gauw een beeld voor ons van rijkdom, schoonheid en verfijnde elegantie. Een sierlijke jongedame in een prachtige zijden kimono, met een kapsel waaraan waarschijnlijk uren gewerkt is, die met kleine, beheerste pasjes door de gangen van een keizerlijk paleis schrijdt, omringd door een hofhouding die ervoor zorgt dat het haar aan niets ontbreekt. Een wereld van eeuwenoude tradities, kostbare juwelen, theeplechtigheden en een etiquette waarbij zelfs de manier waarop ge uw neus snuit vermoedelijk aan strenge regels onderworpen is.

Maar Japan heeft ook prinsessen van een heel ander kaliber. Prinsessen die nooit een paleis hebben gezien, geen hofhouding bezitten en voor wie schoonheid en elegantie van ondergeschikt belang zijn. Hun onderdanen komen hen niet bezoeken om eer te betuigen, maar omdat ze dringend ergens vanaf moeten, en eenmaal hun zaken afgehandeld zijn, verdwijnen ze doorgaans zonder een woord van dank.

Een van die prinsessen heet Otohime, wat zoveel betekent als Geluidsprinses. En hoewel haar naam bijzonder lieflijk klinkt, heeft ze een taak gekregen waarvoor de meeste echte prinsessen waarschijnlijk feestelijk zouden bedanken.

Ze moet namelijk de scheten van haar onderdanen verbergen.

Niet persoonlijk, welteverstaan. Otohime is een elektronisch apparaatje dat in heel wat Japanse openbare toiletten tegen de muur hangt en op verzoek het geluid van stromend water laat horen. Een kabbelend beekje, een klaterende waterval, alles om te voorkomen dat iemand aan de andere kant van het dunne tussenschot kan horen wat er zich op de porseleinen troon afspeelt.

En achter die merkwaardige uitvinding schuilt een verhaal dat minstens even vermakelijk is als het apparaatje zelf. Vooral Japanse vrouwen bleken namelijk zo beducht voor het geluid van hun eigen toiletbezoek, dat ze soms meerdere keren doorspoelden om het te overstemmen. Een doeltreffende oplossing, dat wel, maar ook een enorme verspilling van kostbaar water. Tot de Japanse sanitairfabrikant TOTO in 1988 besloot om de menselijke schaamte met een beetje gezond verstand te verzoenen. Waarom duizenden liters water door de riolering jagen wanneer ge dat water ook gewoon kunt laten horen? Er werd een toestelletje ontwikkeld dat het geluid van stromend water nabootste, zonder dat er ook maar één druppel aan te pas kwam.

En zo kreeg Japan een prinses die geen druppel water nodig heeft om een complete waterval tevoorschijn te toveren.

Al vraag ik mij af of die prinses wel voldoende opgeleid is voor alle mogelijke omstandigheden. Een bescheiden windje kunt ge waarschijnlijk nog overstemmen met wat zacht kabbelend water, maar wanneer iemand na drie dagen verstopping eindelijk zijn darmen weer aan het werk krijgt, lijkt mij een beekje toch wat optimistisch. Dan zou een behoorlijke bergstroom meer aangewezen zijn, en in uitzonderlijke gevallen misschien zelfs de Niagarawatervallen, liefst met een stevig onweer erbovenop.

Ik zie de reclame al voor mij. Otohime Deluxe. Voor wanneer een gewoon beekje niet meer volstaat.

Al blijft het natuurlijk de vraag wie ge daarmee eigenlijk voor de gek houdt, want zodra er achter het tussenschot plotseling een waterval begint te bulderen, weet ge toch ook wel hoe laat het is. Maar blijkbaar stelt het gerust wanneer ge uw eigen ingewanden niet boven het geraas van een bergstroom uit hoort komen, en wie weet hoeveel Japanse dames daardoor tegenwoordig met een geruster gemoed naar het toilet gaan.

Wij doen het hier wat eenvoudiger. Wij kuchen eens nadrukkelijk, laten wat toiletpapier ritselen of wachten geduldig tot de buurman eindelijk vertrokken is. Vooral wanneer ons lichaam geluiden begint te produceren die niet meteen in overeenstemming zijn met de waardigheid die we onszelf graag aanmeten.

Ge kunt een minister zijn, een professor, een wereldberoemde operazangeres of een dame die zich uitsluitend in dure parfums hult, maar ergens onder al die deftigheid bevindt zich een darmstelsel dat zich van titels, diploma's en maatschappelijke standing geen bal aantrekt. Een koning kan wetten ondertekenen, oorlogen verklaren en zich door duizenden mensen laten toejuichen, maar wanneer zijn ingewanden besluiten dat het tijd is, zal Zijne Majesteit toch een geschikt kamertje moeten opzoeken.

En liefst eentje waarvan de deur op slot kan.

We hebben daar door de eeuwen heen een indrukwekkende verzameling hulpmiddelen voor bedacht. Parfum om te verbergen dat we zweten, deodorant om onze oksels tot de orde te roepen, mondwater om onze adem weer maatschappelijk aanvaardbaar te maken en een complete etiquette die bepaalt welke geluiden een fatsoenlijk mens in het openbaar mag produceren. Niezen mag, hoesten ook, en een boer wordt nog net vergeven wanneer ge er onmiddellijk verontschuldigend bij kijkt, maar laat tijdens een plechtige vergadering eens een flinke scheet ontsnappen en ge zult merken hoe snel een zorgvuldig opgebouwde reputatie aan het wankelen gaat.

Al die voorschriften verdwijnen als sneeuw voor de zon zodra ge in een ziekenhuis terechtkomt.

Daar kunt ge nog zo'n deftige meneer zijn, de verpleegkundige die 's morgens naast uw bed verschijnt, wil gewoon weten wanneer ge voor het laatst stoelgang hebt gehad. Niet alleen wanneer, maar liefst ook hoeveel, welke kleur, welke consistentie en of er ondertussen al wat windjes gepasseerd zijn. Ge kunt haar gerust vertellen dat ge vroeger directeur van een groot bedrijf waart, maar daar heeft ze weinig boodschap aan. Zij wil weten of ge gekakt hebt.

En terecht, natuurlijk.

Ik heb inmiddels voldoende ziekenhuizen vanbinnen gezien om te weten dat een geslaagde stoelgang daar soms aanleiding geeft tot meer tevredenheid dan een promotie op het werk. Zeker wanneer ge, zoals zoveel kankerpatiënten, medicatie krijgt die uw darmen zo hardnekkig stillegt dat ge op den duur begint te vermoeden dat ze collectief met pensioen zijn gegaan.

Dan kunt ge dagenlang uitkijken naar iets waar ge vroeger geen seconde aandacht aan besteedde. Ge probeert wat laxeermiddelen, drinkt nog een glas water, wacht geduldig af en begint na verloop van tijd bijna te onderhandelen met uw eigen ingewanden, die zich van al uw inspanningen blijkbaar geen bal aantrekken. En wanneer het dan eindelijk zover is, hebt ge bijna de neiging om de verpleegkundige erbij te roepen om het heuglijke nieuws persoonlijk te komen vaststellen.

Ik zou trouwens weleens willen zien wat er gebeurt wanneer ze zo'n Japanse Geluidsprinses op een ziekenhuisafdeling installeren. Bij iedere succesvolle darmontlading begint ergens een beekje te kabbelen, bij een wat grotere prestatie horen we een bergstroom en wanneer een patiënt na vijf dagen verstopping eindelijk verlost raakt, daveren de Niagarawatervallen door de gangen.

De verpleegkundigen hoeven dan niet eens meer te vragen of de darmen behoorlijk functioneren. Ze kunnen gewoon luisteren welke afdeling het beste draait, terwijl de hoofdverpleegkundige tijdens de ochtendoverdracht tevreden meldt dat kamer twaalf vannacht bijzonder productief is geweest.

Al vrees ik dat de directie na enkele dagen klachten zou krijgen wegens geluidsoverlast.

Misschien laten we die Japanse prinses dus toch maar beter waar ze thuishoort, op het kleinste kamertje, waar ze discreet haar werk doet en iedereen laat geloven dat achter die gesloten deur helemaal niets gebeurt.