Ik dacht dat ik na mijn chemotherapie ondertussen allang wel alle cadeautjes had uitgepakt. Zes kuren, een hele verzameling bijwerkingen, haren die besloten hadden hun ontslag in te dienen en een lichaam dat maandenlang niet goed wist of het nu moest herstellen of gewoon de boeken neerleggen. Ge ondergaat dat allemaal omdat ge van die kanker af wilt, of hem op zijn minst een flinke stamp onder zijn achterste wilt geven.
Dat onderweg ook een paar gezonde onderdelen sneuvelen, neemt ge er dan maar bij. Ge hebt tenslotte niet veel keuze.
Maar na een paar jaar zou een mens toch mogen verwachten dat de rekening vereffend is.
Niet dus.
Blijkbaar had de chemotherapie ergens achter in een kast nog een cadeautje liggen. Zonder strik errond, zonder begeleidend kaartje en vooral zonder de mogelijkheid om het terug te sturen.
Jaren na mijn laatste chemokuur begonnen mijn voeten zich wat eigenaardig te gedragen. Aanvankelijk zo weinig dat ik er nauwelijks aandacht aan schonk. Een wattengevoel onder mijn voetzolen, een beetje minder gevoel bij het stappen. Niets om de dokter voor uit zijn bed te bellen. Ik heb ondertussen al zoveel mankementen dat ik voor ieder nieuw ongemak bijna een apart dossier zou moeten aanleggen. En dan moet ge die dossiers ook nog onthouden. Met een chemobrein is dat vragen om moeilijkheden.
Maar het werd duidelijker. Vooral wanneer ik in bed lig. Dan voelt het alsof ik drie paar dikke kousen over elkaar aanheb, terwijl mijn voeten gewoon bloot onder de lakens liggen. Drie paar! Ge zoudt denken dat een mens met zoveel kousen tenminste warme voeten heeft, maar zelfs dat voordeel zit er niet in. Soms beweeg ik mijn tenen eens, gewoon om te controleren of ze er nog allemaal aanhangen.
Neuropathie, heet dat. Zenuwschade. Weer een woord bij voor mijn medische verzameling. Gelukkig heb ik het maar in vrij lichte mate. Ik kan nog wandelen, boodschappen doen en mijn dagelijkse bezigheden uitvoeren. Al moet ik op een ongelijke ondergrond wat beter opletten waar ik mijn voeten neerzet. Vroeger ging dat vanzelf. Tegenwoordig moet ik af en toe bewust kijken wat die twee daar beneden uitspoken. Ze zijn er nog, ze doen hun werk nog, maar blijkbaar niet meer met dezelfde goesting.
En dan is er nog het onzichtbare van die ellende. Ge kunt moeilijk tegen iemand zeggen dat ge drie paar kousen voelt die ge niet aanhebt. Voor ge het weet, denkt die mens dat de chemo ondertussen ook uw bovenkamer definitief heeft aangetast. Wat overigens niet helemaal uit de lucht gegrepen zou zijn, maar dat is weer een ander hoofdstuk.
Wat mij vooral dwarszit, is dat het pas jaren na de chemotherapie begon. Ge denkt dat ge die behandeling achter de rug hebt, dat ge de laatste factuur betaald hebt, en plots komt er nog een herinnering binnen. Met achterstallige kosten. Of de chemo werkelijk de oorzaak is, weet ik niet met zekerheid. Maar het zou wel passen in het rijtje van dingen die mijn lichaam de afgelopen jaren zonder mijn toestemming heeft ingevoerd.
En nu las ik onlangs iets over wetenschappelijk onderzoek dat mij toch even deed opkijken. Blijkbaar hebben onze zenuwen hun eigen energiecentrales. Mitochondriën heten die dingen. En alsof dat nog niet genoeg is, beschikken ze ook over een soort technische dienst. Andere cellen kunnen namelijk reserve-energiecentrales aanleveren wanneer de zenuwen hulp nodig hebben.
Stel u dat eens voor. Ge loopt uw hele leven rond zonder ook maar één keer stil te staan bij het onderhoud van uw tenen, en ondertussen zijn daar microscopisch kleine werknemers bezig met bevoorrading, herstellingen en het verslepen van complete elektriciteitscentrales. Zonder dat ge ooit iemand een kop koffie hebt aangeboden.
Bij onderzoek met muizen bleek bovendien dat bepaalde chemotherapie die bevoorrading kan verstoren. De kanker krijgt ervan langs, maar ergens onderweg wordt blijkbaar ook de technische dienst onder vuur genomen. En wanneer de boel daarna niet meer behoorlijk werkt, zit de patiënt met de gebakken peren. Of in dit geval met twee voeten die aanvoelen alsof ze ergens in een sokkenfabriek zijn achtergebleven.
Of dat onderzoek mijn eigen neuropathie verklaart, weet ik niet. Het ging om experimenten met muizen en om een ander chemomiddel dan het mijne. Maar ik vond het wel de moeite om er eens wat dieper in te neuzen.
En dus krijgt ge vandaag een nieuwe aflevering van Kanker voor Dummies.
Over zenuwen, energiecentrales, chemotherapie en een technische dienst die blijkbaar ook niet meer is wat hij geweest is.
Misschien vinden die wetenschappers ooit een manier om beschadigde zenuwen weer behoorlijk aan de praat te krijgen. Dat zou voor heel wat mensen een zegen zijn, zeker voor wie veel ernstiger neuropathie heeft dan ik.
En als ze dan toch bezig zijn, mogen ze meteen eens kijken of er voor mijn chemobrein ook nog ergens een reserveonderdeel ligt.
Liefst eentje met wat meer geheugen.