GEUR

Gepubliceerd op 22 december 2024 om 08:48

Hier is de tekst uit de afbeelding:


In geur en kleur, verrukkelijk en schoon

Konrad Lorenz is gestorven.
Niet dat ik daar blij om ben. De man was 85, en voor mijn part had hij rustig honderd, of meer, mogen worden.

Maar ik hoop dat alle kranten nu eindelijk voor eens en altijd de laatste keer dat vertederend verhaal zullen verteld hebben van die ganzen en eenden, die hem voor hun moeder hielden, toevallig omdat hij er het dichtst bij stond, toen ze uit hun eitjes kipten.

En hij probeerde uit dat dierengedrag ook nog conclusies te trekken voor de mens. Er zou een zekere overeenkomst bestaan, heeft hij ooit beweerd.

Het zou me een mooie soep worden. Vooral voor de gynaecologen, want die staan er bij de geboorte altijd het dichtst bij. Je zou wat meemaken. Je staat toevallig ergens bij een geboorte van één of ander kind, dat kan toch, je bent een beetje nieuwsgierig van aard en het eerste wat het kind tegen je zegt, als het zijn ogen opent, is: "Papa!"

En probeer het dan thuis maar eens uit te leggen…!

Dat had ik dus tegen Lorenz. En eigenlijk ook tegen alle biologen, die altijd met die merkwaardige verhalen komen opdaven. Dat begint gewoonlijk met de hond van Pavlov, dat kwijlbeest, dan over de regenwormen die men tot moes plet en aan andere regenwormen te eten geeft, en die krijgen dan dezelfde eigenschappen als die tot moes geplet waren, en het eindigt met het merkwaardige verhaal van vogelsoorten, die we te allen prijze moeten verdedigen, want ze vreten tot vijf keer toe elke dag hun eigen gewicht aan insecten op.

Daar doen ze dan geweldig lelijk over. Vijf keer hun gewicht. Per dag.

Maar zo’n vogeltje weegt natuurlijk zo goed als niksen ze vergeten er dan wel een heel merkwaardig aspect bij te vertellen, daar zwijgen ze angstvallig over, die ornitologen.

Heb je zo’n lief, schattig vogeltje al eens goed bekeken? Al eens bezig gezien. Ja? Wel, als ik mag wat dat vogeltje mag, dan eet ik per dag méér dan vijf keer mijn gewicht op.

Want zo moeilijk lijkt me dat niet, als je de hele dag op het toilet gaat zitten. Dat doet zo’n vogeltje. Dat zit de godganse dag schaamteloos in de open lucht gewoon nen verloren te schijten dat het een aard heeft.

En nu wil ik het nog niet hebben over dit soort zon­derlinge hygiëne van milieuverontreiniging, ik zwijg van de milieuhinder, als je daar toevallig passeert, maar dan begrijp ik de wetenschappers niet, die deze vorm van stofwisseling vergelijken met die van de mens. Want daar gaat het uiteraard om: zelfs rood­borstjes — en dat zou je ze op het eerste gezicht niet aangeven — die zijn zogezegd heel de tijd druk en be­drijvig bezig romantisch te doen in het landschap, maar in feite schijten ze gewoon permanent de hele zaak vol zonder te kijken waar het terechtkomt.

Zo kan ik het ook, zou ik zo zeggen. En zo wonder­baarlijk vind ik die prestatie van vijf keer je gewicht dan ook weer niet. En als ik insect was, ik zou een vakbond proberen op te richten.

Datzelfde geldt een beetje voor alle dieren. Een kat is enorm lenig, veel leniger dan de mens. O ja, als ik 22 uur van de 24 ergens op een canapé lig te slapen, dan spring ik waarschijnlijk tijdens die twee wakkere uurtjes ook een stuk hoger.

En een hond heeft een veel betere neus, ruikt veel beter.

Zal wel zijn, ik betwist dat niet, maar als ik constateer aan wát mijn hond onderweg allemaal staat te snuffelen — nee, ik noem geen details, ik ben een nette medeburger, — dan heb ik daar toch zo mijn gedachten over. Op hoge geurkwaliteit kijkt zo’n hond dan toch...niet, vind ik. Dan heb ik liever een wat beperktere capaciteit, maar dan toch op zijn minst 4711, of versgebakken brood, of provencaalse kruiden op de barbecue.

En aan je eigen hond ken je de hele wereld.
Ik zou het eens moeten durven doen! En dan nog bij wildvreemde honden…
Ik zou een post pakken…
Maar bij die biologen is er natuurlijk geen hond, die dat wil inzien.


Als je verdere hulp nodig hebt, laat het me weten!

----------------------

 

 

 

 

Konrad Lorenz is dood. Al een tijd ondertussen vermoed ik, want tegenwoordig sterven mensen sneller dan kranten stoppen met hetzelfde verhaal herhalen. Ge kent dat wel: zodra er ergens een bioloog of dierenvriend opduikt, begint men opnieuw over die ganzen die Lorenz voor hun moeder hielden omdat hij toevallig in de buurt stond toen ze uit hun ei kwamen gekropen.

Vertederend noemen ze dat dan.

Ik vind dat vooral gevaarlijk.

Want stel u voor dat die theorie volledig klopt. Dan zijn materniteiten in feite gewoon Russische roulette met familiebanden. Eén nieuwsgierige loodgieter die toevallig verkeerd afslaat in het ziekenhuis en ge hebt ineens een peuter dat twintig jaar later op familiefeesten zegt: “Papa, geef de puree eens door.”

Probeer dat thuis maar eens uit te leggen aan Mevr willy. Ge moogt nog duizend keer zeggen dat ge gewoon verkeerd gelopen zijt op zoek naar de koffieautomaat — dat gesprek geraakt ge nooit meer kwijt.

Maar biologen hebben nu eenmaal een talent om de meest absurde dingen te vertellen met het gezicht van iemand die zonet de relativiteitstheorie heeft opgelost. Dat begint altijd braafjes met Pavlov zijn kwijlende hond, daarna komen er regenwormen die men tot moes stampt om ze vervolgens aan andere regenwormen te voeren — wat volgens wetenschappers blijkbaar wetenschap is en volgens mij gewoon een culinair oorlogsmisdrijf — en uiteindelijk belandt ge steevast bij vogels.

Altijd die vogels.

“Wist u,” zeggen ze dan met blinkende oogjes, “dat sommige vogels tot vijf keer hun eigen lichaamsgewicht per dag eten?”

En daar staan ze dan geweldig gewichtig bij te kijken, alsof die meesjes ondertussen ook de belastingen betalen en een zelfstandigenstatuut hebben.

Maar wat ze er nooit bij vertellen — nooit — is dat zo’n vogel ongeveer om de zeven seconden een verse lading uitwerpselen produceert.

Ge moet daar eens op letten. Echt observeren. Niet romantisch naar kijken zoals in natuurdocumentaires, maar wetenschappelijk. Zo’n roodborstje zit daar zogezegd poëtisch op een takje te fluiten alsof het een wandelende kerstkaart is, maar in werkelijkheid is dat beest biologisch gezien gewoon een vliegende darmtransit met veren.

European Robin

Heel dat dier bestaat uit twee systemen:

  1. voedsel naar binnen werken
  2. voedsel terug naar buiten katapulteren

En dat de hele dag door.

Permanent.

Onbeschaamd.

Een merel bijvoorbeeld. Prachtige zangvogel, zegt men dan. Maar zet eens een blinkende auto onder een boom en ge zult zien hoeveel artistieke gevoelens ge nog hebt voor die beesten.

Common Blackbird

Als ik hetzelfde metabolisme mocht toepassen als een vogel, dan vrat ik dagelijks twaalf kilo stoofvlees met frieten, twee rijstpapkes, een halve kaasplank en een biscuittaart van den Aldi — terwijl ik tegelijkertijd op een campingtoilet woonde.

Dán kan ik ook vijf keer mijn gewicht verwerken.

Zo moeilijk lijkt me dat niet.

Maar neen hoor, biologen blijven dat voorstellen alsof die vogels kleine wonderen van de natuur zijn. Terwijl ik eerlijk gezegd vooral onder de indruk ben van het logistieke aspect. Dat moet daarboven in die bomen één gigantische continue productie zijn. Eigenlijk zouden ze bossen niet als natuurgebied moeten beschermen maar als biologische afvalverwerkingssites.

En ondertussen moeten wij mensen opletten met stikstof, uitstoot, fijn stof en compostregels, terwijl er in één gemiddelde lindeboom waarschijnlijk een halve ton vogelstront per seizoen geproduceerd wordt zonder enige milieuvergunning.

Daar zwijgt Greenpeace opvallend stil over.

En het stopt niet bij vogels. Nee nee. Dieren worden voortdurend voorgesteld alsof ze superieur zijn aan de mens.

“Een kat is veel leniger.”

Zal wel zijn. Als ik tweeëntwintig uur per dag op een canapé lig te slapen en de resterende twee uur gebruik om onverwacht op een kast te springen omdat ik plots een existentiële crisis krijg van een mot in de living, dan word ik waarschijnlijk ook leniger.

Cat

“Een hond heeft een fenomenale neus.”

Dat betwist ik niet. Maar als ik zie waar honden onderweg allemaal vrijwillig hun snuit insteken, dan stel ik mij ernstige vragen bij hun kwaliteitscontrole.

Dog

Ge ziet die beesten wandelen alsof ze inspecteurs zijn van een gastronomische gids, en vijf seconden later staan ze extatisch te snuiven aan iets waarvan zelfs de politie zegt: “Laat maar liggen.”

Nee, geef mij dan toch maar een beperktere reukzin, maar eentje die uitsluitend reageert op versgebakken brood, cappuccino, barbecuekruiden en de geur van stoofvlees dat al drie uur staat te pruttelen.

Dat lijkt mij evolutionair een veel verstandiger systeem.

Maar biologen bekijken dat allemaal anders. Die zien daar “fascinerend gedrag”.

Ik zie vooral een hoop dieren die heel de dag eten, slapen, schijten en aan vreemde dingen ruiken — en daar dan onderzoeksbudgetten voor krijgen.

Eigenlijk begint het stilaan op de mensheid te lijken.