Hij Kan Vliegen

Gepubliceerd op 15 augustus 2026 om 06:24

Hij kan toch vliegen

Vandaag bleef ik hangen bij een pijlinktvis. Niet meteen het dier waarvan je 's morgens denkt: daar wil ik vandaag eens wat meer over weten. Maar deze heeft dan ook een bijzonder talent.

Hij kan vliegen.

Echt vliegen.

De neonvliegende pijlinktvis, Ommastrephes bartramii, leeft in grote delen van de wereldzeeën en behoort tot een familie van pijlinktvissen die zich met krachtige straalaandrijving door het water voortbewegen. Sommige exemplaren gebruiken die straalaandrijving echter ook om het water te verlaten. Ze vullen hun mantelholte met water, persen dat met grote kracht naar buiten en schieten als een kleine raket boven het zeeoppervlak. Eenmaal in de lucht spreiden ze hun vinnen en armen, waardoor die samen een soort vleugel vormen. Ze kunnen daarbij snelheden van ongeveer 11 meter per seconde halen — zo'n 40 kilometer per uur — en meer dan dertig meter door de lucht afleggen. Onderzoekers hebben zelfs groepen gefotografeerd die min of meer tegelijk boven het water vlogen.

Een pijlinktvis met straalaandrijving die vliegt. De natuur heeft duidelijk ook dagen waarop ze denkt: ach, waarom niet.

Waarom die dieren het precies doen, is nog niet helemaal opgehelderd. Ontsnappen aan roofdieren of andere verstoringen wordt als een belangrijke verklaring gezien. Dus niet omdat de pijlinktvis op een ochtend naar een zeemeeuw keek en dacht: dat wil ik ook. Hij vliegt waarschijnlijk omdat het op dat moment nodig is.

En precies daar bleef ik hangen.

Want dat beest kan dus iets buitengewoons. Hij kan het water verlaten, door de lucht vliegen en dertig meter verderop weer landen. Indrukwekkend, maar niemand haalt daaruit de conclusie dat hij voortaan maar moet blijven vliegen. Niemand zegt tegen hem: "Zie je wel dat je het kunt. Vorige week lukte het toch ook? Je moet gewoon een beetje je grenzen verleggen."

Gelukkig maar, want na een meter of dertig plonst dat beest gewoon weer het water in en daar blijft hij. Een pijlinktvis is tenslotte een pijlinktvis.

Ik moest daar een beetje om lachen. Maar ook niet helemaal.

Want bij mensen werkt dat soms anders. Wanneer je langdurig ziek bent, zijn er goede dagen waarop het plots wél lukt. Je gaat wandelen, ergens naartoe, blijft een hele avond op een feestje, doet boodschappen of werkt wat in de tuin. Je lacht, praat, eet en drinkt en voor een buitenstaander ziet het er verdacht veel uit alsof er helemaal niets met je aan de hand is.

En dat is heerlijk.

Tot iemand zegt: "Zie je wel. Het gaat toch goed?"

Jawel. Op dat moment ging het goed. Net zoals die pijlinktvis op dat moment vloog.

Wat niemand ziet, is hoeveel energie zo'n vlucht soms kost en vooral wat er daarna gebeurt. Want na zo'n goede dag volgt soms een zetel of een bed, een middagdutje dat per ongeluk drie uur duurt, of gewoon een lichaam dat de rekening presenteert voor iets wat een ander een leuke dag noemt.

Dat is misschien het vreemde aan ziek zijn. Als je iets helemaal niet meer kunt, begrijpen mensen dat meestal vrij snel. Maar zodra je het één keer wél doet, verandert dat ene succesje gemakkelijk in bewijs. Je kunt het dus. En als je het kunt, waarom zou het morgen dan niet opnieuw lukken?

Nou, omdat een mens geen machine is. En een pijlinktvis blijkbaar ook niet.

Misschien moeten we daarom wat voorzichtiger zijn met dat bekende zinnetje: "Je kunt meer dan je denkt." Het klinkt prachtig op een tegeltje en soms is het nog waar ook. Alleen hoort er eigenlijk een tweede regel onder:

Je kunt soms ook meer dan goed voor je is.

Een stuk minder geschikt voor een tegeltje, maar misschien wel dichter bij de werkelijkheid.

Grenzen zijn nu eenmaal vreemde dingen. Soms zijn ze er om voorzichtig te verleggen en soms ontdek je tot je eigen verbazing dat je er nog moeiteloos overheen kunt. Maar er zijn ook grenzen die daar gewoon staan omdat je lichaam probeert duidelijk te maken dat het voor vandaag genoeg geweest is. Daarna stoppen is geen opgeven en ook geen gebrek aan karakter. Het is gewoon luisteren naar een lichaam dat uiteindelijk beter weet hoeveel brandstof er nog in de tank zit dan alle goedbedoelende mensen langs de zijlijn.

Misschien vind ik die vliegende pijlinktvis daarom zo sympathiek. Hij maakt er geen levensfilosofie van en probeert na zijn eerste geslaagde vlucht ook niet onmiddellijk zijn persoonlijk record te verbeteren. Hij vliegt wanneer het nodig is, een meter of dertig misschien, en plonst daarna gewoon weer het water in. Geen schuldgevoel omdat hij de rest van de dag niet meer gevlogen heeft, geen stappenteller die meldt dat zijn doel nog niet bereikt is en geen andere pijlinktvis die hem vertelt dat hij vooral uit zijn comfortzone moet komen.

Af en toe kan een pijlinktvis vliegen. Dat is behoorlijk indrukwekkend.

Maar laat hem daarna in godsnaam gewoon weer even zwemmen.