Over deze blogs
Mr willy begon te schrijven zonder plan, zonder publiek — gewoon om niet kopje-onder te gaan in het moeras van kanker, angst en verwarring. Maar al snel werd schrijven ademhalen. Niet voor effect, niet voor applaus, maar om te blijven voelen dat hij nog bestond.
De blogs die je hier vindt, zijn geen heldenverhalen. Het zijn kronkels van het brein, mijmeringen op drift, bij momenten pijnlijk eerlijk of ronduit absurd. Soms moet je lachen, soms slik je iets weg. En soms denk je: verdomd, dit ben ik.
Welkom in een hoofd waar de wanhoop af en toe een grapje maakt.
Bloemen
Er stond deze week een boeket bloemen op onze tafel.
Vaders van toen, vaders van nu
De vaders van vroeger, eigenlijk de grootvaders ondertussen, zaten in cafés die naar bier, koude rook en natte jassen roken, met hun pet op het hoofd alsof die er ooit was aangevijld, en een gezicht waarin ge de oorlog, de fabriek en een halve eeuw zwijgen kon terugvinden. Dat waren mannen van ruwe handen en korte zinnen. Liefde was iets dat ge bewees door elke dag te gaan werken, ook met rugpijn, griep of miserie in uw kop. Een kind kreeg eten, schoenen en af en toe een lel als het te bont maakte, en daarmee was de pedagogie grotendeels afgerond.
De Kronieken van Zweef: p 16-19
Waar een huis eindelijk begon te leven
Tegen het afglijden
Soms gaat een mens niet kapot met veel lawaai.
Naar Mijn Gevoel
Sommige mensen hebben een mening. Andere mensen hebben een mening én een kapsel dat erbij past. Ge ziet ze op televisie. Proper in het pak, juist genoeg verontwaardigd, juist genoeg meelevend, en altijd klaar met zo’n zin waarvan ge direct voelt dat ze die al drie keer geoefend hebben in de auto onderweg naar de studio.
De Wachter van het Zand
Men zegt dat er in de Lommelse Sahara ooit een man rondzwierf die het zand bewaakte.
De prostaatpers #14: De Nieren dienen Klacht in
Er zijn organen die graag in de belangstelling staan.
1000
Duizend blogs. Pffff…
Michelin- en andere sterren
Ze zijn weer uitgedeeld, die Michelinsterren.Altijd zo’n moment waarop ge ineens beseft dat België — hoe klein ook — toch een beetje een vreemd land is.
Zo van die dagen
De dagen dat ik aan je denk zijn de dagen dat ik wou dat ik dat niet deed.
DE ROEDEL VAN DE LAGE LANDEN
Er zijn ontmoetingen die je plant.En er zijn ontmoetingen die ontstaan omdat ze moeten.
TOT IN DE EEUWIGHEID
Het is lang geleden dat Mr Willy nog eens een gewoon verhaaltje gepost heeft. Gewoon iets eenvoudigs, pretentieloos. Bladvulling zeg maar. Iets zoals dit.
Een lege plek
Ik wist het eigenlijk al vóór ik goed en wel de straat in liep.Nog vóór mijn ogen zich hadden aangepast aan dat vreemde blauwgrijze licht tussen nacht en ochtend. Dat moment waarin de wereld nog niet helemaal beslist heeft of ze wakker wil worden of liever nog even blijft liggen.
Kanker voor Dummies: Pinnen
Vroeger was pinnen een handeling waar geen seconde over werd nagedacht.Kaart erin. Cijfertjes tikken. Geld eruit. Klaar.
De Uilen wisten het
De uilen wisten het waarschijnlijk al Er zijn mensen die beweren dat een bos gewoon een verzameling bomen is. Hout, bladeren, wat modder en hier en daar een vogel die zich vergist in het seizoen. Maar wie ooit in het Uilenbos in Hove heeft gewandeld — vooral tegen de avond, wanneer het licht langzaam tussen de stammen wegzakt — die weet dat dat niet helemaal klopt. Jaren geleden vertelde iemand mij eens een verhaal over dat bos. Zo’n verhaal dat ge niet meteen gelooft, maar dat toch ergens blijft hangen, zoals een splinter onder de huid waar ge niet goed bij kunt. Volgens hem — het was een oude man, zo’n type dat nog wist waar elke veldweg naartoe leidde vóór de GPS bestond — waren de uilen daar nooit zomaar uilen geweest. Ze zouden, zei hij, al eeuwenlang op dezelfde plekken zitten, generatie na generatie, alsof ze iets bewaakten. Niet een nest, niet een territorium… maar iets dat onder de grond lag. Hij beweerde dat er diep in het bos een lichte verhevenheid lag, nauwelijks zichtbaar voor wie er gewoon langs wandelde, maar duidelijk herkenbaar voor wie wist waar hij moest kijken. Een oude zandige rug, ontstaan lang vóór de eerste boeren hier hun akkers aanlegden. En volgens de verhalen zou daar ooit een graf gelegen hebben. Geen kerkelijk graf, geen nette rij zerken zoals op een dorpskerkhof, maar iets veel ouder — een graf uit een tijd waarin men nog geloofde dat sommige plekken beter met rust gelaten werden. En telkens wanneer iemand — uit nieuwsgierigheid of domme koppigheid — daar begon te graven, zo ging het verhaal, begonnen de uilen onrustig te worden. Niet gewoon een beetje geroep, maar een luid, scherp gekrijs dat door het hele bos echode, alsof het donker zelf protesteerde tegen wat daar gebeurde. Of dat waar is, weet ik natuurlijk niet. Verhalen groeien met de jaren, net zoals bomen. Wat begint als een gerucht, eindigt soms als een legende. Maar toch… telkens wanneer ik ergens een uil hoor roepen in een bos dat ouder is dan de meeste huizen die we kennen, dan denk ik onwillekeurig aan dat verhaal. En dat was dus precies waar wij vandaag terechtkwamen. Niet omdat we per se op zoek waren naar oude graven of mysterieuze uilen, maar gewoon omdat onze geplande driedaagse trip in het water was gevallen. Het campertje had zijn kuren gekregen — zijn linkeroor moest hersteld worden — en hoewel dat gisteren netjes gebeurd is, was het voor deze week te laat om nog te vertrekken zoals voorzien. Dus trokken we onze wandelschoenen aan en reden naar Hove. Een noodoplossing, zoals dat dan heet. Het Uilenbos zelf stelde niet teleur. Oude bomen, hier en daar wat kronkelende paadjes, dat typische gedempte licht dat ge alleen in een bos krijgt. Af en toe bleef ik even luisteren, half uit gewoonte, half uit nieuwsgierigheid, alsof ik verwachtte dat er ergens boven ons een uil zou beginnen roepen — niet omdat ik dat verhaal geloof, maar omdat het toch leuk is om het even in uw hoofd mee te dragen terwijl ge daar loopt. Het was geen lange wandeling. Eerder een rustige tocht om de benen te strekken en de dag toch een beetje inhoud te geven. Maar daar bleef het niet bij. Want na het Uilenbos wandelden we verder richting Lint. Voor mij gewoon een volgende halte op de kaart. Voor Mevr willy iets heel anders. Haar grootvader was daar ooit burgemeester. En honderd jaar geleden betekende dat nog iets. Dan behoorde je tot de notabelen, zoals dat heet. Je naam had gewicht in een dorp. Je was gekend, je werd gerespecteerd, je bepaalde mee hoe het leven daar liep. Ze wist nog precies waar het ouderlijk huis van haar grootouders stond. We zijn er even blijven staan, gewoon kijken naar de gevel, terwijl zij vertelde hoe het daar vroeger was. Wie waar zat, hoe het er toen uitzag, wie er over de vloer kwam. Kleine stukjes verleden die ineens weer even bovenkwamen. Daarna naar het kerkhof. Het burgemeestersgraf opzoeken. Even stilstaan, naam lezen, en luisteren naar wat er nog herinnerd wordt. Geen grote plechtigheid, geen lange stilte — gewoon een moment waarop ge beseft dat achter zo’n naam een heel leven heeft gezeten, en dat er altijd mensen zijn die dat blijven meedragen. En nadien nog wat door Lint gewandeld. Van straat naar straat, terwijl Mevr willy af en toe iets aanwees: waar iemand gewoond had, waar vroeger iets gestaan had, waar een verhaal aan vastzat dat voor haar vanzelfsprekend was en voor mij nieuw. En zo hadden we vandaag toch nog een leuke wandeling. Eén die begon met een oud verhaal over uilen en eindigde met echte herinneringen, gewoon midden in een dorp waar het verleden nog niet helemaal verdwenen is. En ergens, diep in dat Uilenbos, zitten ze misschien nog altijd: Die uilen. Gewoon te kijken.Alsof ze alles onthouden.
Als mijn schoenen konden praten
Als mijn schoenen konden praten…
Sinjoor
Ik ben dus een Sinjoor.Een rasechte Antwerpenaar, geboren binnen de poort, zeggen ze dan. Binnen de oude Brialmontvesting . Daar waar nu de ring rond Antwerpen ligt en waar ge elke ochtend, als ge pech hebt, meer tijd verliest dan Adam en Eva ooit in het hele Paradijs samen.En das iets om trots op te zijn . Niet zo’n schreeuwerige trots met vlaggen en fanfares, maar zo’n stille tevredenheid, gelijk een mens kan hebben als hij weet dat hij ergens thuishoort. Dat zit ergens onder uw vel, zoals een oude moedervlek: ge vergeet ze meestal, maar ze hoort bij u.
Wanneer de lijn trilt
Onlangs schreef ik ergens dat ik stikjaloers ben op mensen die diep gelovig zijn. Niet om hun kerkgang of hun psalmen, maar om dat vanzelfsprekende vertrouwen waarmee ze door het leven stappen, alsof er altijd een onzichtbare hand in hun nek duwt: vooruit, ge zijt niet alleen.
De Naakte Aap
Ik las het ergens tussen twee cappuccino’s door.Zo’n klein berichtje, weggestopt tussen politiek gekibbel en reclame voor matrassen die zogezegd uw leven veranderen.
Tussen scans en spiegels
Die lange vakanties, 4-6 weken rondtoeren met het campertje, dat is voltooid verleden tijd.Drie, vier, hooguit vijf dagen, dat is de laatste jaren het perfecte evenwicht. Lang genoeg om het gevoel te krijgen dat ge er écht even tussenuit zijt, dat ge weer eens andere lucht inademt dan die van uw eigen woonkamer, maar tegelijk kort genoeg dat ge u nog geen zorgen moet maken over het hygiënisch aspect van het bestaan.
Zevenbergen
Lang vóór er wandelaars door het Zevenbergenbos trokken met degelijke schoenen en een flesje water in de rugzak, lang voor ik er ging joggen, stond daar een burcht. Niet zomaar een huis, maar een versterkte woonplaats, opgetrokken in een tijd waarin muren dik moesten zijn en ramen klein, omdat ge nooit wist wie er morgen aan uw poort zou staan.
Tussen Gisteren en Straks
Soms betrap ik mezelf erop dat ik meer en meer in herinneringen leef. Niet dat het nu allemaal gedaan is, zover is het nog niet, maar ge voelt het wel: de tijd schuift op, en snel, en voor ge het weet zit ge vaker achterom te kijken dan vooruit. Ge wordt ouder, dat kunt ge niet ontkennen, en tegelijk ziet ge uw kleinkinderen groeien alsof iemand stiekem aan een versnellingsknop heeft gedraaid.
Waarom een aap geen hemden draagt
Van alle kledingstukken die een man in zijn leven draagt, is er niets zo verraderlijk als een hemd. Broeken zijn eenvoudig: je stapt erin, trekt ze op en je bent klaar. T-shirts vragen niets meer dan een korte duik langs boven. Zelfs kousen – hoewel ze soms koppig binnenstebuiten blijven zitten – stribbelen pas tegen aan het eind van hun carrière, wanneer de elastiek de strijd opgeeft.
Das Brot
Soms komt een herinnering niet terug als een beeld, maar als een geur.
De Stijve
De Stijve was onze meester in de zesde klas. Zo noemden wij hem — uiteraard niet in zijn gezicht — omdat hij altijd kaarsrecht liep. Hij had iets in zijn rug, denk ik, want bukken ging hem duidelijk niet af. Als er dus een lei op de grond viel, of een griffel onder een bank rolde, dan werd dat een hele onderneming. Heel uitzonderlijk liet De Stijve zich dan, met zichtbaar veel moeite, langzaam op één knie zakken om het ding zelf op te rapen. Maar meestal bleef hij gewoon recht staan, als een lantaarnpaal in de klas, en liet zijn blik streng rondgaan over de banken tot een van ons begreep dat dit een stille opdracht was en zich geroepen voelde om het voor hem op te rapen. Over hem had ik het dus. Mijn kleinkinderen bekeken mij sprakeloos, alsof ik een prehistorische vondst was. Ik zag dat ze moeite hadden om mij te geloven. “Bij De Stijve leerden wij schrijven met een lei en een griffel,” had ik gezegd. Ze bekeken mij ongelovig.“Toch geen lei en een griffel gelijk wij in het museum van Bokrijk gezien hebben?” “Jawel, gelijk in het Museum van Bokrijk.” “Exact zo’n lei en griffel.” Ze keken me aan. Toen naar elkaar. En ik zag het al gebeuren in hun hoofd: het begint dus toch. Eerst hormonen. Dan chemo. En nu blijkbaar ook tijdreizen. Waarschijnlijk dachten ze dat het chemobrein eindelijk volledig was doorgeschoten en dat hun daddy nu langzaam terug begon te schuiven richting middeleeuwen. Vandaag een lei en een griffel, morgen zou ik misschien beweren dat ik nog les had gekregen van een Benedictijner monnik met ganzenveer. Of erger: dat mijn opa een holbewoner was die zich in beestevellen hulde en vuur maakte door twee stenen tegen elkaar te slaan. “Een lei en een griffel,” herhaalde ik koppig, want sommige waarheden moet een mens verdedigen. En ik vertelde hoe er in de houten rand van die lei een klein gaatje zat waar een koordje doorheen liep met een sponsje. Daarmee veegden wij de lei schoon. Alleen… dat sponsje moest natuurlijk nat zijn. En dus spuwden wij erop. Na een paar weken begon dat ding te ruiken alsof er een kleine dode rat in zat te weken. Maar daar maakte niemand zich druk over. In die tijd bestonden er nog geen milieueffectrapporten, geen hygiënische richtlijnen en zeker geen bezorgde groene jongens die een sponsje kwamen redden. Onze pen veegden we af aan pennelapjes — kleine stukjes stof die aan elkaar genaaid waren. “Een soort schapulier,” zei ik. “Een wát?” vroegen ze. “Een schapulier?” Ze dachten weer dat ik een nieuwe lichte trombose gedaan had en me andermaal van tijdrekening vergiste. Want wat een schapulier was, wisten ze ook niet. Ze hadden zelfs het woord nooit gehoord. En ik maar uitleggen tegen alle ongeloof in. Weer bekeken ze mij als één van de eerste christenen uit de Catacomben. Dat was voor mijn kleinkinderen het moment waarop ze beseften dat dit misschien toch geen gevolg was van mijn medicatie, maar van iets nog erger: ouderdom. Ik probeerde hen te troosten. “Later krijgen jullie ook een goede oude tijd,” zei ik. “Maar daarvoor moet je eerst oud genoeg worden.” En dan zouden zij ooit aan tafel zitten en zeggen tegen hun kleinkinderen: “Ik weet nog goed dat wij moesten schrijven met een laptop.” Waarop die zouden antwoorden: “Een laptop? Wat is dat?” Want tegen die tijd schrijven ze waarschijnlijk rechtstreeks met hun gedachten op een wolkje in de cloud. En die laptop waar hun vader het over had, zal dan klinken als iets uit de oertijd van de technologie — ongeveer zoals wij nu praten over bloedzuigers, schedelboringen en de eerste apparaten om nierstenen te vergruizen. Dingen uit een tijd dat de geneeskunde nog half op hoop en half op hamers draaide. Alles verandert. En het gaat verschrikkelijk snel. Ik voelde mij plots een beetje als een gerookte makreel uit de tijd dat diepvriezers nog niet bestonden. En ergens in mijn hoofd dacht ik: Misschien moet ik bij de volgende controle toch eens vragen of chemobrein ook tijdreizen veroorzaakt. Je weet maar nooit.
Naam gezocht
De Kronieken van Zweef: P8-12
Waar de plannen eindigden, en de strijd begon
Nanny Mc Phee
“When you need me but do not want me, I must stay.When you want me but no longer need me, I must go.”
Het laatste Bastion
Mijn boeken.Jaren geleden heb ik er al over geschreven, meerdere keren.Over die duizenden boeken die ooit mijn kelder bevolkten. Een ondergrondse bibliotheek, waar een mens kon verdwalen zonder dat iemand hem kwam zoeken. Ooit stonden ze daar, netjes op een rij, goed voor zowat 120 lopende meter rekken. Massa’s heb ik er toen weggedaan. Zowat 100 dozen vol herinneringen richting kringwinkel.
Ockhams Scheermes
Ockhams scheermes (Latijn: lex parsimoniae, de wet van de spaarzaamheid) is de stelling dat wanneer er verschillende hypothesen zijn die een verschijnsel in gelijke mate kunnen verklaren, die hypothese gekozen moet worden die de minste aannames bevat en het kleinste aantal entiteiten veronderstelt.Het is een principe uit de kennistheorie dat wordt toegeschreven aan de 14e-eeuwse Engelse filosoof Willem van Ockham, een franciscaner monnik.
PSA 10
Vorige week zaten we dus een paar dagen op verlof in de Loonse en Drunense Duinen, waar we ons dapper door het zand sleepten — officieel heet dat wandelen — tot een lotgenoot ons tipte dat er op tweede Paasdag in Den Bosch een grote snuffelmarkt was.Nou, je had de ogen van Mevr willy moeten zien blinken toen ze dat hoorde. Snuffelmarkt… dat is voor haar de place to be, een soort georganiseerde schattenjacht waar altijd wel iets te vinden valt. Voor mij trouwens ook hoor, al is het maar om te zien wat andere mensen zoal verzamelen en meesleuren naar huis.
De Cappuccinoberg
Er zijn van die plekken op aarde waarvan ge onmiddellijk voelt dat ze een bijzondere geschiedenis moeten hebben. Niet omdat er een bordje staat met uitleg, of omdat een gids met een pet en een fluitje u daarheen loodst, maar gewoon omdat de naam alleen al iets losmaakt in het hoofd.
In bruikleen
Vanmorgen stond ik nog eens voor de spiegel. Doe ik zelden. Spiegels zijn nu eenmaal sadistische dingen die geen medelijden kennen. En daarbij, die vent die aan de andere kant van het glas staat herken ik nog wel aan naam en geboortedatum, maar niet meer aan gevoel.
Te Bad of niet te Bad
Er zijn van die kleine geneugten in het leven waar een mens zich koppig aan vastklampt, zoals een drenkeling aan een stuk wrakhout.En na de cappuccino — die staat nu eenmaal op een eenzame hoogte — behoort een warm bad zonder twijfel tot die categorie van heilige momenten die, nadat ik het eenmaal heb leren smaken, niet meer uit het leven van Mr Willy weg te denken zijn.
Zalig Pasen
Pasen — toch nog eentje
Weertype 10
Nou… de beslissing is gevallen.Zondag trekken we er weer een paar dagen op uit, richting de Loonse en Drunense Duinen, waar de weergoden — met veel aplomb en nog meer zelfvertrouwen — een weertype 10 hebben aangekondigd. Tien, zeg ik u. Dat is zo’n cijfer dat ge normaal alleen ziet op reclamefolders van reisbureaus, vlak naast een turquoise zee en een palmboom die verdacht veel op plastic lijkt.
Neighbours
Nou hebben wij wat tv-kijken betreft nog altijd een uitstekende taakverdeling: ik krijg de zapmachine, en Mevr willy kiest wat ik met dat ding moet zappen. Een evenwicht dat al vijftig jaar standhoudt en dat alleen wankelt wanneer ik per ongeluk op een knop duw die volgens haar nooit iemand nodig heeft. De Info-knop, bijvoorbeeld. Of de mute. Voor haar is dat alsof je de stekker uit de kerstboom trekt.
De Taal van Handen
Ik hou van handen.
V.U.O
NTERNE NOTA UITGELEKT — SITUATIE IN HET LICHAAM VAN MR WILLY ESCALERT
Kroniek van een baaldag
Gisteren was het dus zo’n dag.Zo’n dag die gerust een eigen plaats mag krijgen in de kronieken van de baaldagen. Niet zomaar wat slechtgezind zijn, of die mallemolen in je hoofd die wat harder draait dan anders. Nee — zo’n dag waarvan je, nog voor je goed en wel uit je bed bent gestapt, al weet: vandaag wordt er weinig goeds geschreven.
Van bloemkorrel tot koningin
Ik moet beginnen bij het allereerste begin.
Count your blessings
De nachten dat het niet om schrijven gaat
De Kronieken van Zweef: p 4-11
Waar het huis begon, en de man arriveerde
De wekelijkse kaartavond
Niet voor mij
Ik ben dus 72.Bijna zes jaar prostaatkanker.
Lachen is niet om te lachen
Lachen doe ik graag. En vaak. Vooral als er weer zo’n enquête passeert over “geluksgevoel bij chronisch zieken”. Je kent dat wel: met vragen als “Voelt u zich nog hoopvol?”, “Lacht u minstens drie keer per dag?”, en “Is daar een psycholoog bij betrokken, of doet u dat zelfstandig?”
IN EENZAAMHEID
Ergens diep in de bossen van Almere hebben ze een muurtje geplaatst. Geen groot bouwwerk waar toeristen selfies voor maken, maar een bescheiden muur, verscholen tussen bomen die al generaties lang hun eigen verhaal fluisteren.
IRMA en MAURICE
Voor wie van mooie verhalen houdt: dit is er zo eentje.