DE BLOGBERICHTEN

Gepubliceerd op 13 juni 2025 om 06:32

Over deze blogs

Mr willy begon te schrijven zonder plan, zonder publiek — gewoon om niet kopje-onder te gaan in het moeras van kanker, angst en verwarring. Maar al snel werd schrijven ademhalen. Niet voor effect, niet voor applaus, maar om te blijven voelen dat hij nog bestond.

De blogs die je hier vindt, zijn geen heldenverhalen. Het zijn kronkels van het brein, mijmeringen op drift, bij momenten pijnlijk eerlijk of ronduit absurd. Soms moet je lachen, soms slik je iets weg. En soms denk je: verdomd, dit ben ik.

Welkom in een hoofd waar de wanhoop af en toe een grapje maakt.

Maart 2026

Lachen is niet om te lachen

Lachen doe ik graag. En vaak. Vooral als er weer zo’n enquête passeert over “geluksgevoel bij chronisch zieken”. Je kent dat wel: met vragen als “Voelt u zich nog hoopvol?”, “Lacht u minstens drie keer per dag?”, en “Is daar een psycholoog bij betrokken, of doet u dat zelfstandig?”

Lees meer »

IN EENZAAMHEID

Ergens diep in de bossen van Almere hebben ze een muurtje geplaatst. Geen groot bouwwerk waar toeristen selfies voor maken, maar een bescheiden muur, verscholen tussen bomen die al generaties lang hun eigen verhaal fluisteren.

Lees meer »

HOROSCOOP MET STOKJES

Sinds ik – vanwege mijn kanker, mijn hormonen en mijn verstrooide hersenpan – niet meer goed weet waar mijn voeten staan, ben ik ook maar beginnen kijken naar de sterren. Niet de gewone, nee nee, die geloof ik allang niet meer. Die vertellen elke week hetzelfde met andere woorden: "Er komt iets op je pad." Ja, dat weet ik zelf ook. Waarschijnlijk een rollator.

Lees meer »

De Kronieken van Zweef

Op dit forum liep jarenlang een man rond die nooit van plan was een schrijver te worden.Hij schreef gewoon wat hij meemaakte. Tussen twee klussen door. Soms met een kop koffie naast zich, soms met een rat die ergens boven zijn plafond liep te trippelen.

Lees meer »

Keuzes

Een mens denkt graag dat zijn leven bestaat uit grote beslissingen. Het huwelijk. De kinderen. Een huis kopen. Van werk veranderen. Dat soort plechtige momenten waar achteraf foto’s van bestaan en waar mensen later over praten met woorden als “dat was een belangrijk keerpunt”.

Lees meer »

Het getal PI

Eerder deze week heb ik nog wat bloed laten aftappen. PSA laten prikken, zoals dat in het jargon heet.  De uitslag was zoals verwacht: weer een tikje gestegen. Niet dramatisch, maar genoeg om de nieuwsgierigheid van de medische wereld wakker te maken. Maandag mag ik dus bij de uroloog op audiëntie verschijnen, waar men met ernstige gezichten naar grafieken zal kijken en waar ongetwijfeld ergens in het gesprek de woorden “PET-PSMA-scan” zullen vallen. En is het niet nu, dan toch zeker bij de volgende controle binnen zes weken. Maar goed, dat is zorg voor later. Want zodra dat doktersbezoek achter de rug is, trekken Mevr willy en ik er weer even op uit. Het campertje wordt weer klaargemaakt, de cappuccinovoorraad wordt veiliggesteld, en dan gaan we nog wat rondtoeren in Nederland. Hoe lang? Geen idee. Minstens een dag of drie. Maar de weergoden lijken ons momenteel vriendelijk toe te knikken, dus het kan evengoed een week worden… of nog wat langer. Waar naartoe? Eerste stop is Alkmaar, en daarna wordt het een invuloefening. Het slechte nieuws is wel dat er vermoedelijk een tijdje weinig of geen blogs zullen verschijnen. Het goede nieuws is dat, als kleine compensatie voor die nakende radiostilte, er dit weekend nog wél eentje zal verschijnen. Misschien zelfs twee, als de inspiratie en de cappuccino hun werk doen. En het eerste gaat dus over een getal. Een heel bijzonder getal. Het getal π. Want vanmorgen wist Mr Google mij te vertellen dat het vandaag de dag van het getal π is. Pff. Ze zouden beter eens een internationale cappuccinodag invoeren. Daar heeft een mens tenminste iets aan. Maar neen. Het blijkt dus over wiskunde te gaan. π.3,1415926535… enzovoort. Een getal dat nooit stopt. Dat zich eindeloos verder zet, zonder patroon, zonder afronding, zonder ooit te zeggen: zo, nu is het genoeg geweest. En daar zat ik vanmorgen dus naar te kijken, met een grote mok cappuccino — sommige rituelen zijn belangrijker dan wiskunde — en ik dacht: dat is eigenlijk een vreemd symbool voor iemand die leeft met kanker. Want kanker maakt een mens juist erg bewust van het tegenovergestelde. Van grenzen. Plots wordt het leven geen eindeloze reeks cijfers meer, maar een reeks afspraken. Een scan hier. Een bloedonderzoek daar. Een PSA-waarde die stijgt of daalt alsof ze persoonlijk betrokken is bij uw toekomst. Een behandeling die begint en weer stopt. Het leven krijgt plots komma’s en punten. En toch, terwijl ik zo naar dat getal π keek, begon ik te denken dat het misschien toch niet zo’n slecht symbool is. Niet omdat het oneindig is. Maar omdat het nooit af raakt. Het blijft maar doorgaan met cijfers. Geen elegant einde. Geen afgeronde conclusie. Gewoon: nog een cijfer, en nog een, en nog een. En eigenlijk lijkt een mensenleven daar verrassend hard op. Niemand leeft een perfect afgerond verhaal. Het leven is geen mooi rond getal. Het zijn losse cijfers achter de komma. Een wandeling hier. Een gesprek daar. Een ziekenhuisbezoek. Een grap op het forum. Een dag dat het goed gaat. Een dag dat het wat minder gaat. Geen groot afgerond geheel. Gewoon een lange rij kleine dingen. Misschien is dat wel de echte les van π: dat het leven niet perfect afgerond hoeft te zijn om waarde te hebben. Dat het genoeg is dat er steeds nog een cijfer bijkomt. Nog een dag. Nog een wandeling. Nog een kop cappuccino. En eerlijk gezegd… als het universum toch bezig is met cijfers achter de komma toe te voegen, dan hoop ik dat er nog een paar duizend bijkomen. Ik heb namelijk nog een hoop blogs te schrijven.

Lees meer »

Oud en Versleten

Gisteren had ik nog een nogal poëtisch blog geschreven over ouder worden. Zo’n tekst waarin een Mr  Willy een beetje filosofeerde over tijd, over herinneringen, over hoe het leven zich langzaam terugtrekt als de zee bij eb. Heel mooi allemaal. Bijna ontroerend zelfs, al zeg ik het zelf.

Lees meer »

Wachtzaalfilosofie

Toen ik laatst in de wachtzaal van de tandarts zat — Mevr willy lag ergens verderop in een stoel waar ze, naar ik vermoedde, met een hamer en een beitel bezig waren aan een renovatieproject van haar gebit — had ik tijd genoeg om wat rond te kijken.

Lees meer »

Een halve taart

Er zijn zo van die kleine rituelen in een huwelijk die nooit officieel worden afgesproken, maar die na verloop van tijd zo vanzelfsprekend worden dat ze bijna iets heiligs krijgen.

Lees meer »

Diamanten op de Vesten

Pa Willy rookte niet, dronk niet, filosofeerde niet, maar had een aangeboren gave om te doen alsof regels louter decorstukken waren in een toneelstuk voor anderen.Van het visseizoen trok hij zich niets aan. Niks. Nul. De man keek zelfs niet naar de kalender. Hij pakte gewoon zijn visstok, het oude metalen doosje met wormen en zijn visbak, alles gewikkeld in krantenpapier. Alsof de flikken een stel achterlijke koorknaapjes waren die dachten dat hij onderweg was naar de bibliotheek en niet naar de vesten. Blijkbaar werkte het, want ik heb in heel mijn leven nooit één controle gezien. Niet eens een gerucht ervan.

Lees meer »

Over Korte en Lange Lontjes

Er was een tijd dat ik bekend stond als de man met het lange lontje. Niet officieel natuurlijk. Er bestaat geen diploma voor. Maar het was een rol die mij min of meer vanzelf was toegevallen. In discussies, in kleine huiselijke stormpjes, in de alledaagse botsingen die in elk huwelijk wel eens opduiken, was ik meestal degene die het weer wat liet uitklaren. Niet omdat ik zo wijs was. Gewoon omdat ik weinig ontplofte. Dat had zo zijn voordelen. Mevr willy had namelijk altijd een hart gehad dat sneller in de wind stond. Een beetje stormachtig, soms een onweersbui, soms een hele lucht die tegelijk moest leegregenen. Dat hoorde bij haar zoals een motor bij een auto. En ik was dan zo’n beetje de berm waar dat allemaal tegen kon uitwaaien. Het werkte eigenlijk vrij goed, al zeg ik het zelf. Meer dan vijftig jaar huwelijk, dat zegt toch iets. Maar kanker verandert dat. Die kleine, terugkerende uren van spanning — die ge nadien weer inslikt en wegduwt — kruipen dieper dan ge zelf doorhebt. Het is geen spectaculaire verandering. Ik ben niet plots een driftkop geworden die met borden smijt of deuren dichtslaat. Zo ver zijn we gelukkig nog niet. Alhoewel, Mevr willy vindt van wel. Maar ik moet toegeven dat ik het geduld dat vroeger vanzelf kwam, tegenwoordig soms ver moet gaan zoeken. En dikwijls vind ik het niet meer. Dat is een vreemd gevoel. Niet omdat een mens zich schaamt voor een beetje prikkelbaarheid — iedereen heeft wel eens een dag waarop de wereld beter even afstand houdt — maar omdat ik mezelf daarin niet meer herken. Die kanker vreet dus niet alleen aan spieren en botten, ze knabbelt ook aan je karakter. Aan de ruimte die je vroeger had om dingen te laten passeren. Aan dat stille reservoir van geduld waarvan je altijd dacht dat het gewoon bij je hoorde. En dat heeft gevolgen. Voor haar, die plots merkt dat de man die vroeger de rust bracht nu zelf soms moeite moet doen om die rust te bewaren. Voor mij, omdat ik het gevoel heb dat ik afscheid aan het nemen ben van een versie van mezelf die ik eigenlijk best graag mocht. Gelukkig zijn er nog genoeg dagen waarop alles gewoon weer zijn oude gang gaat. Twee mensen, een cappuccino’s, een beetje stilte, een beetje gekeuvel. Peace en cake, zoals ze zeggen. En dan zie ik hem weer even zitten, die man met het lange lontje. Niet verdwenen.Misschien alleen een beetje moe.  

Lees meer »

Sprookjes

Je kent die mooie verhalen wel.Over een prinses in een toren, een vuurspuwende draak, een prins met een kapsel dat nooit verkeerd lag en een paard dat zelfs na drie dagen galopperen nog fris keek. De draak werd verslagen, de prinses gered, het volk juichte, en niemand vroeg zich af wie nadien de belastingen betaalde, of die prins misschien chronisch rugpijn had van dat harnas, of de prinses ’s nachts lag te piekeren over de volgende draak.

Lees meer »

Restaurant

Mevr willy en ik gaan zelden uit eten.Niks beters dan onze vrijdagse tête-à-tête: een stuk stokbrood, wat kaas of slaatjes, een flesje wijn en dan samen op de bank, liefst met een toet die zijn naam eer aandoet. Daar kan geen restaurant tegenop — zeker niet als je bij het hoofdgerecht al aan de bijwerkingen van je medicatie moet denken, en je darmen bij voorbaat in staking gaan.

Lees meer »
Februari 2026

Deuteronomium 14.3

Eten is voor mij altijd al belangrijk geweest. Veel en goed. Niet uit gulzigheid, maar omdat het leven met een goed bord eten en een degelijk glas wijn een stuk draaglijker wordt. En nu ik mijzelf toch altijd tot de categorie “kankerlijers die nog redelijk functioneren” mag rekenen, moet ik eerlijk toegeven dat lekker eten en drinken misschien wel mijn grootste, en tegelijk meest tastbare, genoegen is geworden. Het wildseizoen is al een tijdje voorbij, maar in de vriezer ligt er gelukkig nog wel het een en ander. Een hazenrug, een portie hazenpeper, een halve fazant, en ergens nog een patrijs die daar geduldig ligt te wachten tot hij weer eens op mijn bord belandt. Dat geeft, vreemd genoeg, een zekere geruststelling: want wat er ook verandert in het lichaam, in de onderzoeken, in de gesprekken met dokters, er ligt tenminste nog iets in de vriezer dat gewoon bedoeld is om van te genieten, zonder bijsluiter, zonder prognose. Al is er op dat vlak de laatste jaren wel iets veranderd. Michel Van den Bossche kijkt mee over mijn schouder, en van die man mag bijna niks, alleen wat veldsla. En mijn dokter vindt ook dat er soorten vlees zijn die ik beter niet eet, wegens de cholesterol. Mevr Willy kijkt trouwens ook met argwaan naar alles wat ooit vier poten heeft gehad. Maar goed, als 72-jarige kankerlijer staat mijn cholesterolgehalte eerlijk gezegd vrij laag op mijn prioriteitenlijst. Er zijn, laat ons zeggen, andere grafieken die tegenwoordig meer aandacht opeisen dan die van mijn vetwaarden. Vroeger loste ik dat probleem vrij eenvoudig op: met de bijbel. Want als er nu één autoriteit was die mij culinair geruststelde, dan was het wel de God uit het Oude Testament, die vrij genereus had meegedeeld dat de mens, Mr Willy dus, alles mocht eten wat kroop, vloog of zwom.Genesis 9:3: “Al wat zich roert, dat levend is, zal u tot spijze zijn; Ik heb het u alles gegeven, gelijk het groene kruid.” Duidelijk toch, en dat moeten ze me dan ook geen twee keer zeggen. Trouwens, waar gaan we naartoe, als je God niet meer mag geloven? Van God mocht alles. Ik hield het dus bij de bijbel. Het boek der boeken. Tot ik, tegen beter weten in, eens in Deuteronomium begon te lezen. En daar bleek dat God zich na verloop van tijd toch een beetje had bedacht.Want wat lees ik:Deuteronomium 14:3: “Gij zult geen gruwel eten.”En dan is er ineens sprake van reine en onreine dieren. Rund, schaap, geit, hert, gazel, antiloop, steenbok, en elk dier dat gespleten hoeven heeft en herkauwt — die waren eetbaar. Dat is al heel wat. Maar toen ik verder las, was ik toch licht ontgoocheld. Want daar stonden ze plots, de beesten die als onrein werden bestempeld: de kameel, de haas, de klipdas en het varken. Daar gaat mijn hazenrug en mijn hazenpeper. En mijn spek. En mijn ribbetjes. Want van die kameel en die klipdas, dat is niet zo erg. Die heb ik toch nog nergens op een menukaart zien staan. Maar de haas, dat werd ineens een theologisch probleem op mijn bord. En toen ik ook nog de lijst van verboden vogels overliep, schrok ik toch wel even. Ik herkende diezelfde God niet meer die in het begin zo gul had gezegd dat alles tot spijze mocht dienen. Plots werd er ingedeeld, gesorteerd, gezuiverd. Rein. Onrein. Eetbaar. Niet eetbaar. Alsof zelfs de schepping achteraf nog een soort dieetlijst kreeg opgelegd. Nu ja, eerlijk is eerlijk: ook ik heb mijn grenzen. Honden, katten, kanaries, aquariumvisjes… daar hoeft niemand mij zelfs geen saus bij te serveren. Mijn keel zou al dichtklappen nog vóór de eerste hap. Dus ergens begrijp ik die menselijke neiging tot indelen wel, al vind ik het woord “onrein” toch wat streng voor een dier dat, laten we eerlijk zijn, gewoon zijn best gedaan heeft om lekker te zijn. In andere landen eten ze weer dingen waar wij van huiveren, en laten ze net ons eten staan. Iedereen heeft zo zijn eigen lijstjes, zijn eigen logica, en vooral zijn eigen geweten dat zich pas laat horen wanneer het bord al gevuld is. En zo zit ik daar dan, met mijn bord wild, een goed glas wijn en een lichaam dat ondertussen zijn eigen strijd voert, los van wat er op tafel ligt, soms wat te filosoferen. Nou, tegen dat het denken echt begint, is de hazenpeper meestal al op, en blijft er vooral een leeg bord over, een stille dankbaarheid dat er nog smaak is.

Lees meer »

Kasteelromans

Stel je een kasteel voor. Groot, koud, veel trappen, en een kasteelheer die zo trots is dat hij waarschijnlijk zelfs zijn eigen spiegelbeeld met “u” aanspreekt.

Lees meer »

Even minder alleen

Vorige zondag waren het nog de Bullet Boys, deze zondag de Kamanido.Twee totaal verschillende werelden, op papier althans. In het echt voelt het vreemd genoeg een beetje hetzelfde: ge komt ergens binnen en zonder dat iemand het zegt, zakt er iets in u neer. Niet groots, niet dramatisch. Gewoon… rust. Of zoiets dat er op lijkt. ’t Was dus zondag bij Marjolijn te doen. Klassiek tafereel. Geen spektakel, geen gedoe, gewoon mensen die samen zitten, praten, luisteren, en tegelijk ook een beetje door elkaar praten — zoals dat gaat als ge elkaar al langer kent dan ge eigenlijk beseft.Er waren ook een paar nieuwe gezichten bij, mensen die ik tot nu toe alleen kende van de appgroep. Raar moment altijd. Van scherm naar mens. Van tekstballon naar stem. En plots zijn dat geen letters meer, maar mensen van vlees en bloed die u aankijken en knikken en lachen, en dan voelt dat meteen minder afstandelijk, minder… digitaal. Er werd gelachen, verteld, gegeten. Veel gegeten ook.Hebe die mij, zoals altijd, met een soort onverzettelijke vanzelfsprekendheid volstouwde met haar overtollige worstenbroodjes, alsof ze ergens diep vanbinnen beslist heeft dat ik structureel ondervoed ben. En ja, deze Belg heeft daar niet al te veel tegenin gebracht.Lekker eten, veel te veel eigenlijk, maar dat is net het punt: handen die iets meebrengen, mensen die blijven zitten, geen haast, geen moeten. Gewoon aanwezig zijn. Dat alleen al doet iets met een mens, al zegt ge dat niet luidop. En dan kwam de herdenking van Zweef. Een stukje tompouce voor iedereen, een glas erbij, en ineens werd het stil. Niet zo’n zwaar, ongemakkelijk stilzwijgen, maar een zachte stilte. Alsof iedereen tegelijk wist waarom we daar zaten, zonder dat iemand het hoefde uit te leggen.Aangrijpend, ja. Maar ook schoon. Op een sobere manier. Geen grote woorden, geen drama. Gewoon mensen die even samen stilstaan. Nou, sinds al die slecht nieuws berichten van de laatste tijd speelt die hormoontherapie meer en meer parten. Ik had mij nochtans voorgenomen om het droog te houden. Echt waar. Plechtig besluit in de auto nog: “Vandaag niet wenen, Willy.”Pfff. Bleek weer zo’n besluit van karton.Want emoties zijn geen ambtenaren die zich aan afspraken houden. Dus ja, daar zaten ze weer, die tranen. Stil, een beetje beschaamd zelfs, maar tegelijk  opluchtend. Verdriet moet ergens een uitweg vinden. En, zoals ik al vaak gezegd heb: het forum schept een band.Maar hoe sterk die band is, dat snapt iemand van buitenaf eigenlijk niet. Zeker geen niet-kankerlijer. Voor hen zijn dat berichten op een scherm. Voor ons is dat een soort dagelijks anker.Een appgroep maakt dat nog intenser: kleine berichtjes, korte reacties, een aanwezigheid die bijna routine wordt. Maar niks — echt niks — komt in de buurt van elkaar in het echt zien.Niet omdat er iets spectaculairs gebeurt, maar juist omdat er niks moet. Ge moogt daar zitten met uw vermoeidheid, uw tragere kop, uw kleine mankementen en een hoofd dat soms overloopt als een te volle lade. Zonder uitleg. Zonder rol.Geen patiënt, geen sterke, geen dappere.Gewoon een mens tussen mensen die het al half begrijpen vóór ge iets zegt. Misschien is dat wel het meest heilzame: dat die mallemolen die normaal altijd in overdrive gaat daar toch even zachter gaat draaien. Er was eigenlijk maar één kleine dissonant in dat warme geheel: mijn eigen hoofd dat op een bepaald moment zei: genoeg nu. Op.Te moe om nog mee te gaan kijken naar de pony’s en de geiten van Marjolijn, hoe graag ik dat ook had gewild.Vroeger zou ik dat genegeerd hebben. Doorduwen. Op wilskracht. Op koppigheid.Nu niet meer. Nu luister ik. Met lichte tegenzin, dat wel. En het vreemde is: zelfs dat moe worden voelt minder hard wanneer ge u veilig voelt tussen mensen die u niet constant moet bewijzen dat ge nog “oké” zijt. Uitstel is geen afstel. Op de terugweg bleef er geen grote gedachte hangen. Geen filosofische conclusie, geen diepe levensles.Alleen iets klein en stil. Dat ge daar een paar uur gewoon hebt mogen bestaan zoals ge zijt.Niet meer.Maar vooral ook: niet minder. En dat werkt, tegen alle logica in, nog lang na.

Lees meer »

Druppelen,vervolg

Sinds kort ben ik dus door Mevr. Willy officieel benoemd tot oogdruppelaar van dienst. Een functie met verantwoordelijkheden, zo blijkt, want vier keer per dag drie druppels, telkens van een andere ampul, met tien minuten tussenpauze, das geen kattenpis. 

Lees meer »

Over Frisse Neuzen

We waren dus twee dagen weg met het campertje.Zo’n uitstap waarvan ge op voorhand denkt: dat zal ons eens deugd doen, een frisse neus, een ander uitzicht, even weg van het gewone gedoe. Het had, zo meen ik me uit een vorig blog te herinneren, iets te maken met een opkomend lentegevoel.

Lees meer »

The Bully Boys

Vorige week zondag zijn we nog eens met vrienden naar den Beulebak geweest.Zo’n plek waar de tijd een beetje is blijven hangen tussen twee pintjes en een stoffige affiche van een optreden uit 1998, en waar je bij het binnenkomen spontaan het gevoel krijgt dat hier nog écht geleefd wordt, in plaats van gemanaged, geoptimaliseerd en geprijsd per minuut zoals in de moderne horeca.

Lees meer »

Nanobots op patrouille

Mijn lichaam is een tempel.Zo zeggen ze dat toch. Pfff.  als dit een tempel is, dan eentje die al sinds de middeleeuwen geen onderhoud meer heeft gehad. De muren scheuren, de dakgoot lekt, en in de kelder groeien schimmels met een eigen mening. De dokter noemt het uitgezaaide prostaatkanker, maar zelf denk ik eerder aan een fabriek waar ooit kernenergie werd gemaakt, tot iemand de handleiding kwijtgeraakt is. Eén verkeerde knop en floep — alles donker.

Lees meer »

Verweesd

Het is een vreemd soort stilte die er nu hangt, zo eentje die je niet meteen hoort maar die langzaam tussen de regels kruipt, tussen de woorden die ik nog altijd schrijf en de woorden die niet meer terugkomen. Mijn verdriet om Timo is immens, dat woord is eigenlijk te groot en tegelijk nog te klein, want wat ik mis is niet alleen een mens, maar een stem die verweven zat in mijn dagelijkse bestaan hier, in dat kleine universum dat ik met bloggen en reageren rond mij gebouwd heb.

Lees meer »

SAVE

Ergens ben ik er heilig van overtuigd dat alle hedendaagse huishoudtoestellen ontworpen zijn met maar één doel: het leven zuur maken van ons, arme oude kankerlijers met een chemobrein en een aangeboren wantrouwen tegenover alles wat piept.

Lees meer »

Hoofse Liefde

Het  is een soort ongeschreven wet geworden ten huize Willy. Zaterdag en zondag zijn heilige dagen, gereserveerd voor cappuccino, een middagdutje en het uitvoerig bespreken van de stand van de koers, ook al weten we allebei niet meer wie er eigenlijk rijdt. Bloggen doe ik dan niet meer . Of ik probeer niet meer. Want als het vanbinnen begint te kriebelen, écht te kriebelen dan wil het wel eens gebeuren dat er toch iets verschijnt.

Lees meer »

Opgeraapt

Soms moet je een les niet uit een boek halen, maar uit je eigen vel laten snijden.Gisteren was zo’n dag.

Lees meer »

Wie bel ik ?

Soms lees je op het forum iets , een reactie, een gewone zin, maar die dan ineens, met wat vertraging misschien,  keihard binnenkomt. 

Lees meer »

Van de Regen in de Drup

Er zijn van die dagen dat ik, ondanks alles, blij ben dat ik al zeventig ben. Niet uit fatalisme, wel uit dankbaarheid. Want als ik dan toch dood moet aan kanker – en die kans is dus best reëel – dan liever op het einde van een gevuld leven dan ergens halverwege, zonder afronding, zonder afscheid. Liever na zeven decennia piekeren, proberen en ploeteren, dan in het begin, wanneer alles nog moet beginnen.

Lees meer »

Oogdruppels

Ten huize van Mr willy wordt dus gewerkt aan liefde. Aan toewijding. Aan huwelijksonderhoud in zijn meest zuivere vorm: oogdruppels.

Lees meer »
Januari 2026

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.